Waar eindigt een discussie? Naar mijn oordeel op het moment dat de opponenten rondjes gaan draaien. Voor mijn gevoel begin ik ook aardig te dralen. Ik cirkel in smalle rondjes om hetzelfde heen. Daarom zal ik voor de laatste keer een paar gedachten wil ordenen in een blog. Ik wil mijzelf graag behoeden voor een  oneindige herhaling. Daarmee doe ik mijzelf en mijn opponent, T.S. Eliot onrecht.

Ik waardeer het zeer dat je reageert, wel is het jammer dat je het niet onder je eigen naam doet. Of hier angst aan ten grondslag ligt of een degeneratie van een goede naam door op zoiets onbenulligs als een gedichtje te reageren dat ergens op een blog zwerft. Ik weet het niet. Ik denk zelf dat het een combinatie is. Daar is veel voor te zeggen, maar het maakt de discussie schimmiger, minder transparant en ook wel minder interessant. Dus wie weet T.S., als je het masker afneemt en je identiteit kenbaar maakt, wil ik misschien nog wel een rondje dralen.

Kom ik op de inhoudelijke kant van het verhaal. Ik geloof niet in auteursintenties. Zeker, een auteur schrijft iets met een intentie, maar het ligt niet aan mij als lezer om daar iets over te zeggen. Op het moment dat ik er als schrijver iets over zeg of schrijf, vergeet ik dat ik mijzelf ook bedien van taal. Taal is afhankelijk van de betekenis die de lezer of toehoorder hieraan geeft. Betekenis is persoonsgebonden en tijdsgebonden. De betekenis die een lezer aan een tekst geeft, hangt af van de lezer en ook nog eens van het moment. Persoonlijk vind ik literatuur: teksten of talige uitingen die de moeite waard blijven om herlezen of opnieuw uitgevoerd te worden.

Daarnaast is literatuur vooral plezier. Iemand als Roland Barthes benadrukt het plezier dat je aan een tekst kunt beleven. Als schrijver en als lezer. Het is gewoon leuk om iets op te schrijven. Het is gewoon leuk om een verhaal te horen of te lezen. Als iets met plezier geschreven is, kun je – als het een goede auteur is – iets van dat plezier teruglezen. Misschien dat literatuur zich daarom erg goed laat vergelijken met een speeltuin. Er staat een draaimolen, een zandbak, een wipwap en een glijbaan. Je kunt kiezen wat je wilt. Je kunt jezelf laten verrassen of juist helemaal verliezen in je eigen fantasie.

Terug naar het gedicht en de poëzie. Jij verstaat iets anders onder een gedicht dan ik. Dat is een betekenistoekenning. Dat jij reageert op mijn gedichten en beschouwingen over poëzie zie ik als een compliment. Ze roepen iets op, een reactie. Misschien is het teleurstelling, maar het roept iets op. Ik schrijf mijn gedichten en verhalen niet met de intentie dat ze eeuwigheidswaarde hebben of dat anderen ze een gedicht noemen.

Ik schrijf gedichten omdat ik vind dat ik ze moet opschrijven. Dat ik er dan in een tweet het label gedicht aan geef, kun je een vorm van auteursintentie of misleiding noemen. Voor mij draait het om de combinatie van plaatje en praatje en het anders inrichten hiervan. Volgens jou ben ik hierin niet geslaagd. Dat is jammer, maar dat is niet erg. Er zijn ook mensen die het leuk vinden. Natuurlijk erkenning en opname in de gallerij der groten – in het rijtje bij T.S. Eliot – is leuk, maar ik heb ook geleerd dat ik het daar niet van afhankelijk moet laten zijn.

Ik heb gezegd. Of om maar eens een collega-dichter aan te halen:

Alles wat ik heb gezegd, mag je allemaal vergeten
Trek je niets meer van mij aan
jij kunt nu veel beter gaan, het is echt voorbij
Ik ben moe van dit gevecht
ach je moet het zelf maar weten
‘k Laat om jou geen tranen meer
dit was echt de laatste keer
Stoor je niet meer aan mij