Precies op de dag van het nieuws van Antonie Kamerling vond ik het boekje De dominee en zijn worgengel op de Haagse boekenmarkt. Het is een uitgave van preken, voordrachten, brieven en andere documenten van Francois Haverschmidt. De uitgave is verzorgd door Rob Nieuwenhuys.

Francois Haverschmidt is eigenlijk veel bekender als de dichter Piet Paaltjes. Piet Paaltjens is alleen actief geweest in de studententijd van Haverschmidt. Hij verdween tussen de biljarten van de Leidse studenten-sociëteit Minerva. Haverschmidt vond de dichter Piet Paaltjens onverenigbaar met het nieuwe ambt van predikant dat hij uitoefende.

Dat de 2 onlosmakelijk bij elkaar horen, maar ze zijn niet hetzelfde. Het zijn als tweelingbroers, stelt Nieuwenhuys. Ze lijken heel erg op elkaar, maar ze zijn niet dezelfde persoon. Sterker nog: Nieuwenhuys suggereert dat Piet Paaltjens in zekere zin Haverschmidts beschermer en redder was. De overdrijving van Piet Paaltjens haalde Haverschmidt uit de donkerste diepten. Zeker Piet Paaltjens had ook last van neerslachtigheid, maar de uitwerking van deze Weltschmerz in de gedichten zorgt voor een humoristische werking. Ze wordt spot en ironie. De lach die dit opwekt, zorgt voor de nodige opluchting.

De zelfmoord van Haverschmidt wordt altijd aangehaald in de biografische beschrijving van Piet Paaltjens. Het moet de Weltschmerz uitdrukken van Piet Paaltjens. Dan wordt ook het gedicht De zelfmoordenaar aangehaald en het beeld is compleet.

Ik vind dat jammer, aangezien Haverschmidt weldegelijk zijn verantwoordelijkheid genomen heeft. Ik ben het helemaal eens met Nieuwenhuys opvatting:

Haverschmidt moet in zijn leven meer dan eens voor de zelfmoord hebben gestaan, maar voorlopig was er genoeg om hem ervan te weerhouden: behalve zijn christelijke opvatting en de hoop dat de mist wel weer zou optrekken, ook de verplichting tegenover zijn gemeente en zijn gezin. (7)

De ziekte waaraan Haverschmidt leed, noemt zijn vriend Odé, de uitgever van de Schiedamse Courant: ‘de vreselijke zielsziekte die melancholie heet en waardoor, als voor de tering geen kruid op aarde wast, had hem reeds maanden aan zijn arbeid onttrokken’. Volgens Nieuwenhuys sloeg de zelfmoord in als een donderslag in de Schiedamse gemeenschap en bij de vrienden van Haverschmidt.

Misschien is dat vergelijkbaar met de schrik bij het nieuws van Antonie Kamerling. Het boekje van Nieuwenhuys bevat prachtige fragmenten uit de preken van Haverschmidt, waar veel melancholie en somberheid spreekt. Maar tegelijkertijd ook de troost die Haverschmidt zocht en vond bij deze moeilijke momenten. Troost haalde hij uit het geloof, maar ook uit het verleden. Het is jammer dat dit boekje zo lastig te krijgen is. Het geeft namelijk een beeld van Haverschmidt, in plaats van Piet Paaltjens. Want in tegenstelling tot Piet Paaltjens heeft Francois Haverschmidt nog tientallen jaren doorgeleefd.