De kikkers bij het kikkerpoeltje in mijn achtertuin (zoek de echte)

Speciaal voor dierendag. Iedereen is bezig met de huisdieren: het konijn, de kat en de hond. Maar vergeet vooral de echte huisdieren in en rond het huis niet: ratten, muizen, kikkers, eenden, mussen, spreeuwen en huisstofmijt.

Speciaal voor een online tijdschrift schreef ik een tijdje geleden een blogje over de kikkers in mijn tuin. Het werd jammergenoeg niet meegenomen. Blijkbaar waren de bijdragen over de tuin van anderen interessanter. Iedereen zijn goed recht. Omdat ik het zonde vind dit stuk te laten voor wat het is, zet ik het speciaal voor de dierendag hier op mijn blog.

Het kikkerpoeltje

Mijn moeder houdt meer van de tuin dan van tuinieren. Zo is ze erg dol op akelei. Ze plant het werkelijk overal. Haar tuin is dan ook een overwoekerd stuk grond waar het recht van de sterkste heerst. Aan de rand van deze wildernis staat een zinken gieter. Mijn moeder haalde een keer de plant uit de gieter en schrok zich rot. Een eveneens geschrokken kikker sprong recht omhoog in haar richting. Onderin de gieter zat een flinke waterplas waarin het dier ongestoord leefde. Geen vijand kwam op het idee een kijkje in de gieter te nemen. Totdat mijn moeder keek.

De tuin van mijn ouders bleek een heus kikkerparadijs. In de akeleiwildernis verscholen ze zich. Mijn moeder was dan wel bang voor kikkers, maar ze merkte dat de dieren ook hun nut bewezen. Geen slak was er meer in de tuin te vinden. Vandaar dat de akelei ook zo welig tierde. Om de kikkerkolonie nog meer levensruimte te geven, plaatste mijn moeder een speciekuip in de tuin. Ondanks al deze tegemoetkomingen blijft mijn moeder als de dood voor deze dieren. De buurman heeft al eens een kikker uit de keuken moeten halen. Ze was alleen thuis en durfde het dier dat in paniek naar binnen was gesprongen niet weg te halen.

Mijn eigen achtertuin bezit ook veel kikkers. Onder de planten verschuilen zich veel kikkers en padden. Een tijdje terug vond ik dat het tijd werd voor een eigen kikkerpoeltje. Ik haalde een speciekuip bij een tuincentrum en groef een even diep gat in het breedste stuk van de tuin. Het water voor in de kuip haalde ik uit de gracht voor het huis. Onderin legde ik wat zand en stenen voor de kikkers. Ik kocht wat waterplanten en het poeltje stond als een huis.

Nu wonen twee kikkers en wat kleinere kikkertjes in dat huis. De grote kikker noemen we thuis Meneer, de kleinere heet Mevrouw. Ze zitten vaak op rand van de poel, bij het akelei dat ook mijn tuin verovert. Als het warm is, duikt Meneer in het water. Hij spreidt dan zijn voorpootjes en steekt zijn kop net boven het water uit. Als je hem zo ziet zitten, lijkt het net Kermit de Kikker die geniet van een welverdiende vakantie. Mevrouw in de buurt, maar op een gepaste afstand tussen het akelei.

Een tijdje terug kwam mijn vrouw ‘s morgens beneden. Het was een dag eerder een warme dag geweest en de achterdeur had de hele dag opengestaan. Ze wilde de hond naar buiten laten gaan. Hij stond te dringen bij de deur. Op de drempel voor de dichte deur zag mijn vrouw meneer Kikker zitten. Ze schrok niet. Het dier zat er ook zo rustig, of hij wachtte tot hij buitengelaten zou worden. Mijn vrouw opende de deur. De kikker kwam traag in beweging, stapte van de deurpost en liep op zijn dooie akkertje de tuin in. In de richting van het akelei, naar zijn poeltje.