De schrijver Wim Daniëls wees mij een tijdje terug erop dat deze blog was opgenomen in zijn boek Lang leve Jan!, onder het hoofdstuk van de Plus-Jannen. Ik schreef eerder al trots over de Jannen in mijn familie. Gisteren kreeg ik het blauwe boekje eindelijk onder ogen. Een boekje dat helemaal in het teken staat van de naam Jan.

Jan was jaren en jaren de meestvoorkomende jongens- en mannennaam in Nederland. Op een gegeven moment waren er zoveel Jannen, dat er slapzucht optrad.

Dat schrijft Wim Daniëls in de inleiding van het feestboekje over de naam Jan. Bij slapzucht treedt zelfregulering op: in het geval van de naam Jan komt het zo vaak op dat de naam niet meer onderscheidend genoeg was. En onderscheid is een voorwaarde voor een naam. Dan slaat het dusdanig door dat mensen hun kinderen de naam Jan niet meer geven. Vervolgens wordt de naam een zeldzaamheid.

Iets soortgelijks is bij heel veel typisch ‘Hollandse’ namen als Wi(lle)mHen(dri)k, Piet en Kees ook gebeurd. Stuk voor stuk verdienen deze namen een feestbundel, want er is over deze namen veel te vertellen. Dat bewijst schrijver, taalkundige en cabaretier Wim Daniëls in het boek Lang leve Jan! wel.

Bij het lezen van het boek ontdek je dat de Nederlandse taal en cultuur doordrenkt is van de naam Jan. Er zijn tal van uitdrukkingen met Jan erin, zoals: de jan uithangen; het is een hele jan, op z’n janboerenfluitjes en jongens van Jan de Witt. Het laatste is overigens een verwijzing naar Johann van Werth en niet naar de in dezelfde tijd levende raadspensionaris Johan de Witt.

Het boek is doorspekt met aantrekkelijke weetjes rond de naam Jan. Zo beschrijft Wim Daniels uitgebreid het leven van jan modaal: hij zoent op zijn 13e voor het eerst, heeft voor het eerst seks als hij 16 of 17
is en heeft 115 keer per jaar een goede vrijpartij. Overigens is hij eens per 25 werkdagen een dagje thuis omdat hij ziek is.

Bij dit jannen-vreugdevuur, sta ik als Hendrik-Jan met een streepje. Natuurlijk moet er een opmerking bij over die beroemde Hendrik-Jan – ja ook met een streepje – die tuinman die zo rond mijn geboortejaar in
een televisiecommercial optrad en waar ik zodoende mijn hele leven lang last van heb gehad. Vooral de twinkeling van iemand die die opmerking maakt, moet erbij. Ze dachten namelijk altijd dat ze de eerste waren die deze vergelijking trok. En dat waren ze natuurlijk niet!

Het Jan-boek is een feest om te lezen en als zodanig best de moeite waard om het iemand cadeau te doen die Jan heet, of op kraamvisite bij een kind dat de naam Jan gekregen heeft. Het eerste zal vaker voorkomen dan het laatste. Maar wie weet, keert de slapzucht en komt de naam vanzelf weer terug.