Het Sauer-orgel uit 1922

Minimal music en orgel is in Nederland groot geworden door mensen als Jan Welmers en Bert Matter, maar iets met 4 orgels tegelijk. Dat is nog niet eerder vertoond in Nederland. Bovendien: waar staan 4 orgels in 1 ruimte? Inderdaad, in het orgelpark in Amsterdam.

Ik was er nog niet eerder geweest, maar aan de rand van het Vondelpark huist een heus orgelparadijs. In het orgelpark staan 4 prachtige instrumenten in een prachtig gebouw. Het is een concertpodium dat werkelijk een lust voor ogen en oren is. De instrumenten die er staan, zijn stuk voor stuk orgels met een eigen identiteit en positie in de 20e eeuwse orgelbouw:

  • het oorspronkelijke Sauer-orgel uit 1922;
  • het Van Leeuwen-orgel uit 1954;
  • het Molzer-orgel uit de jaren ’10;
  • het Verschueren-orgel uit 2009

Op deze 4 orgels werd gisteren door Gijs Boelen, Gerben Gritter, Klaas Koelewijn en Matthias Havinga gespeeld. Het was het eerste concert van het minimal music-festival Min of meer minimal. 2 dagen lang, klinkt in 4 concerten minimal music waarbij het orgel een centrale rol speelt. Gisteren klonk werk van minimal ‘founding fathers’ Steve Reich en Philip Glass.Werken die normaal op electronische orgels en piano’s worden uitgevoerd. Nu klonken ze op echte pijporgels.

Het Molzer-orgel uit de jaren 1910 komt uit een Weense salon

Het hoogtepunt van het concert was de titel van het concert: 4 orgels. Het stuk Four Organs van Steve Reich, begeleid door Ruud Roelofsen met slagwerk. De compositie is oorspronkelijk bedoeld voor 4 electronische orgels, maar de werking op pijporgel gaf een ongekende sensatie. Dit was niet min of meer minimal, dit was minimal. Tijd, ruimte, alles leek weg te vallen. Het was niet luisteren, maar een sensatie, waarbij muziek, luisteraar en ruimte een toestand opriepen.

Ik was er helemaal van vervuld. Zelfs het ritmisch meetikken van de voet van een concertbezoeker tegen mijn stoel, werd onderdeel van het concert. Het grote voordeel met pijporgel is dat de geluidsbronnen van 4 verschillende posities in de ruimte komt. Zo zat je als concertbezoeker midden in het geluid. Op een bepaald moment viel het geluid van de bronnen samen en was de hele ruimte met geluid gevuld.

Het Van Leeuwen-orgel uit 1954 is een representant van de neobarok

Four Organs was midden in het concert gepositioneerd, een voortreffelijk keuze. De rest van het concert bestond uit allemaal solowerken. Ergens wel jammer, omdat juist de situatie met 4 organisten en 4 orgels gelegenheid bood om ook te experimenteren met muziek van Steve Reich en Philip Glass voor meerdere piano’s.

Het openingswerk Annum per Annum van Arvo Pärt was ergens een ongelukkige keuze. De muziek van Arvo Pärt klonk onsamenhangend. Het begon met een prachtige paukenslag waarbij uitvoerder Klaas Koelewijn de windmotor uitzette en langzaam de lucht uit het Verschueren-orgel liep. Het kwam op mij over als veel effect, maar weinig inhoud. Ook was het lastig binnendringen in de rest van het stuk. Wel raakte ik getroffen door de prachtige klanken van het nieuwe orgel. Het overtuigde mij weer van de enorme artistieke kwaliteit van deze orgelbouwer uit Heythuysen.

De Music in Contrary Motion van Philip Glass werd door Gerben Gritter uitgevoerd op het Van Leeuwen-orgel. Het is een bekend stuk van Glass, dat vrijwel altijd op electronisch orgel wordt uitgevoerd. Ergens worstelde ik bij de uitvoering van Gerben Gritter met de registratie. Het was namelijk lastig om het stuk goed te blijven volgen en contact met de vaste beweging te houden. Zo luisterend op internet naar andere  uitvoeringen, denk ik dat de uitvoerder zeker een goede registratie heeft gebruikt, maar bij het concert klonk het soms zelfs hinderlijk.

Persoonlijk zou ik toch een andere registratie hebben gebruikt, iets minder opdringerig. Maar het is natuurlijk ook opdringerige muziek, een voortdurende beweging. Het mooie is dat je tijdens het luisteren verlangt dat de muziek stopt, maar als de muziek dan stopt (altijd abrupt) dan klinkt de herhaling door in je hoofd en verlang je dat de muziek weer terugkomt. Ik denk dat dit de essentie is van de minimal music.

Na de uitvoering van Four Organs is het helemaal goedgekomen met het programma. Mirior van Ad Wammes in de uitvoering van Matthias Havinga was zeker een verrijking van het concert. Mirior is een stuk met minimal invloeden, niet minimal in de meest extreme zin van het woord. De combinatie met jazzy invloeden, maakte het zelfs tot een swingend stuk waarbij de herhaling een andere rol kreeg. Meer de rol van aangever. Ik was opnieuw getroffen door de klanken van het Verschueren-orgel. Wat een ontzettend mooi orgel is dat. Het is een totaal andere wereld dan het orgel in Dordrecht dat deze bouwer 2 jaar eerder opleverde, maar de muzikale beleving is bijna even sterk. Hier heeft een vakman met grote artistiek inlevingsvermogen een werkelijk ongekend orgel gebouwd.

Het tweede stuk van Arvo Pärt, Pari Intervallo was meer meditatief van karakter. Hier ook weer niet echt pure minimal music, maar wel een schitterende registratie op het Sauer-orgel. De baslijnen die langzaam naar beneden zakken. Dit is een heel andere wereld, die Hans Fidom in de mondelinge toelichting voor het concert de ‘nieuwe spiritu
aliteit’ noemde. Het inzetten van de minimal music als vorm van religieuze spiritualiteit, zoals in Nederland Bert Matter en Jan Welmers doen.

Het schitterend Frans-symfonische orgel van Verschueren uit 2009

De heksluiter van Michael Nyman, Fourths, Mostly vond ik erg treffend. Het riep ergens dezelfde wereld op als het openingsstuk van Arvo Pärt, maar was veel toegankelijker. Ook hier weer mooie ritmes en snelle wisselingen. Er klonk evenals in het Pari Intervallo van Pärt een melodie, die uitvoerder Gijs Boelen heel mooi op het Verschueren-orgel uitvoerde.

Wat ik erg goed vond van de uitvoerders was dat ze bij de minimal music van Reich en Glass zich niet lieten verleiden om veel registratiewisselingen te kiezen gedurende het muziekstuk. Daarmee werd natuurlijk een mogelijkheid van het orgel niet gebruikt. Jan Welmers en Bert Matter buiten die mogelijkheden van het pijporgel juist helemaal uit. In de muziek van Glass en Reich draait het om de lijnen van geleidelijkheid. Een wisseling in registratie zou juist teveel die lijn van geleidelijkheid doorbreken. Ik zou het als organisatie van het Orgelpark juist een buitengewoon grote uitdaging vinden om de vaste selecte groep bezoekers van dit concertpodium uit te breiden. Het publiek gisteravond was redelijk divers en liep uiteen van orgelliefhebbers en organisten tot 2 oudere dames die regelmatig commentaar gaven zoals alleen Statler en Waldorf in de televisieserie De Muppetshow dat kunnen doen. Deze 2 concertbezoekers gaven hun eigen show door alle minimal music heen.

Het uitvoeren van minimal music die niet direct voor orgel geschreven is, is een heel goede mogelijkheid om mensen die niet direct iets met orgel hebben vertrouwd te maken. Dit concert had wat mij betreft ook wel extremer mogen zijn: het stuk Different Trains voor violen bijvoorbeeld is heel geschikt om op orgel uit te voeren. Of de filmmuziek bij Koyaanisqatsi: Life out of Balance van Philip Glass kan ook erg goed op orgel worden gespeeld. Zeker met 4 van die prachtige orgels.