Het kabinetorgel van Onderhorst uit 1762 in de Oude Kerk van Bennekom

Zoals met zoveel dingen, was ook bij de Open Orgeldag Ede het lekkerst voor het laatst bewaard: de 2 prachtige orgels in de Oude Kerk van Bennekom. Vooral het vorig jaar gerestaureerde kabinetorgel van Detlef Onderhorst uit 1762 is een heel bijzonder instrument. Het orgel is tamelijk ongerept de tijd doorgekomen en daarmee een klankgetuige van een geheel eigen muziekcultuur: die van de Amsterdamse burgerij.

Ad Verhage begon het concert op het grote Leichel-orgel uit 1878. Met zijn zoon Koos Verhage speelde hij 3 koralen van Jean Langlais. Een vaste burcht klonk gratieus en feestelijk tegelijk. Het solowerk, de vijfde sonate van Carl Philipp Emanuel Bach, klonk mooi op het hoofdorgel, maar achtte ik persoonlijk bij uitstek geschikt om het kamermuzikale karakter van het kabinetorgel te presenteren. Een gemiste kans. Nu hoorde ik nu fraaie strijkers en het werkelijk schitterend doorslaande tongwerk, de Clarinet. Dit op en top Duits-romantische orgel leent zich erg goed voor werken van Liszt en Rheinberger. Daarvan raakte ik goed overtuigd bij het spel van Ad Verhage.

Het grote Leichel-orgel dat in 1878 in Bennekom gebouwd werd.

Dat zou er bijna voor hebben gepleit heel het programma uit te voeren op het kabinetorgel, want dit instrument klinkt werkelijk voortreffelijk en authentiek. Ik werd helemaal gegrepen door de klank. Het instrument viel daarmee een beetje weg in de vioolsonate in A van Bach. Een indrukwekkend werk, maar  pittig. Het vraagt veel van uitvoerders en toehoorders. Bovendien is dit werk ook goed uit te voeren op een regulier kistorgeltje en biedt dit kabinetorgel zoveel andere mogelijkheden. Bij een volgende Open Orgeldag mag wat mij betreft het hele concert op het kabinetorgel worden gegeven. In elk geval smaakte wat ik gisteren hoorde zeker naar meer.