Het Van Vulpen-orgel in de Taborkerk van Ede

De bespeling van Erik van der Heijden in de Taborkerk was weer van een heel andere orde. Het van Van Vulpen-orgel dat in deze kerk staat, leent zich goed voor het spelen van Noord-Duitse barokmuziek. Dat demonstreerde Erik van der Heijden als geen ander met werken van Pachelbel, Böhm en Bach.

Vooral de Pièce d’Orgue dat gesitueerd is rond een ‘onspeelbare’ bastoon die alleen op Franse orgels zat. Daarom heeft het muziekstuk ook deze Franse naam gekregen. Erik van der Heijden demonstreerde in dit muziekstuk de heldere woudfluit 2′ in de opening en een ijzersterk plenum waarin de sesquialter bijdroeg aan de typische ‘Noord-Duitse’ klank. De prachtige stemming, een door orgelbouwer Gert van Buuren ontworpen variant op de 1/6 komma stemming, deed de rest. Want als de Pièce d’Orgue ergens mee speelt, dan is het met klankcombinaties en meerstemmigheid. Het moet in de ontstaanstijd van het stuk echt vernieuwend hebben geklonken. Iets van die indruk wist Erik van der Heijden zeker over te brengen.

Verder liet Erik van der Heijden de enorme klankrijkdom van het orgel horen. De tongwerken op de manualen (trompet en vox humana) zijn ronduit prachtig en bieden organist en luisteraar heel veel variatie. Daarnaast leent het instrument zich prima voor het leiden van de gemeentezang op zondag. Dat is natuurlijk de primaire taak van het orgel in een kerk. Als je er daarnaast ook nog eens prachtige muziek op kunt spelen, dan levert dit heel veel luistergenot op. Dat demonstreerde Erik van der Heijden wel.

Voor degene die graag iets meer over de boeiende Pièce d’Orgue wil lezen, ik vond een interessante beschouwing met veel achtergrondinformatie op internet.