Echt zonde. Neemt de politiek eens een verstandig besluit: het Nationaal Historisch Museum komt er niet. Maar de directeur Eric Schilp weet vervolgens binnen 4 dagen het NHM in Amsterdam te krijgen. De  Zuiderkerk is wel geschikt om de vaderlandse historie aan de man te brengen.

Negentiende eeuw

Wat ik in mijn vorige bijdrages probeerde duidelijk te maken is dat een museum een 19e eeuws of misschien zelfs een 18e eeuws verlichtingsidee is. Net als dat de vaderlandse geschiedenis eveneens een uitvinding is uit de 19e eeuw, de schrijver Bilderdijk die het in dertien delen op een rijtje zette in zijn Geschiedenis des Vaderlands.

Juist het ontbreken van een fysiek gebouw zou van het NHM een perfect thema- of projectmuseum kunnen maken. Gedeeltelijk op internet – behoed u voor een uitermate hip ontworpen website zonder inhoud – en tegelijkertijd als een rondreizende tentoonstelling. Met dit laatste laat je zien dat een groot gedeelte van de Nederlandse geschiedenis zich buiten Amsterdam bevindt.

De provincie

Naast de Hollandse steden is er de provincie (het gebied dat buiten Amsterdam valt) dat een groot deel van Nederland vertegenwoordigt. Tenslotte zou ik zelf ook erg enthousiast zijn als het NHM af en toe een stapje buiten de landsgrenzen zette. Ik denk dan persoonlijk aan landen waar Nederland een band mee heeft. Een wisseltentoonstelling met Indonesië, Zuid-Afrika, Suriname of de Antillen is iets dat mij direct te binnen schiet.

Nu verwordt het teveel tot een regionaal of zelfs stedelijk project in Amsterdam. Zeker, een mooi museum kan een leuk lokkertje worden, maar heiligt het doel niet de middelen? Waarom moet direct iets worden gezocht in een gebouw met vitrines en flitsende powerpoint-voorstellingen?

Wisseltentoonstellingen

Ik heb enige tijd voor een klein museum mogen werken en bijgedragen aan de opbouw van het samenwerkingsproject Evenbeeld van Philadelphia en het museum Boerhaave. Wat ik daar leerde is dat een museum het niet moet hebben van zijn vaste collectie, maar juist van de wisseltentoonstellingen als publiekstrekkers.

Als ik mijn persoonlijke museale belevingen denk, dan zijn de grote tentoonstellingen mij altijd bijgebleven zoals de tentoonstelling over Karel de Grote in 2000 in Gent. De plek waar het precies was is me minder bijgebleven.

Aansluiten bij provincie

Als het NHM nu interessante wisseltentoonstellingen opzet die makkelijk zijn aan te passen als provincie. Dan bied je musea de mogelijkheid om hun eigen vaste collectie in relatie met het thema van de tentoonstelling. Op die manier breng je geschiedenis dicht bij mensen.

Ik hoop nu vurig dat de discussie zich niet beperkt tot een fysiek gebouw. En dat eens over de Amsterdamse grachten heen wordt gekeken. Ik weet het, elke directeur wil een fysiek museum waarin hij bezoekers kan rondleiden. Maar juist een hernieuwde aanpak biedt zoveel meer mogelijkheden. Juist zo krijg je de 19e eeuwse ideeën heel mooi in een 21e eeuws jasje.

Lees mijn tips voor het NHM uit juni »