Het instorten van de Gladiatorenschool in Pompeii heeft de discussie weer aangezwengeld over de staat van de Romeinse stad aan de voet van de Vesuvius. En terecht natuurlijk want het is vreselijk dat dit gebouw is ingestort. Voor historici, deskundigen en liefhebbers van de oudheid is Pompeii een heel bijzondere stad die meer is dan een openlucht museum. De oudheid komt heel dicht bij je als je door Pompeii loopt.

Toen ik in januari 2001 door Pompeii liep, viel mij ook op wat je als bezoeker niet kon doen met deze meer dan 2000 jaar oude gebouwen. Voor sommige bezoekers was de verleiding ook groot geweest en zag ik 20e eeuwse graffiti op de muren en muurschilderingen in sommige huizen. Het deed me veel verdriet. Zo mag je niet omgaan met het verleden. Ik schreef het in mijn reisverslag op dinsdag 16 januari 2001 toen ik door het huis van Trebius Valens liep:

Ik verwonderde mij bovenal dat alles zo binnen handbereik was. Ik kon doen wat ik maar wilde met de beschilderingen. Vaak verkeerden de schilderingen in een deerniswekkende staat, die ongetwijfeld door de miljoenen bezoekers is veroorzaakt. Soms zag ik zelfs krassen van mede-eentwintigste-eeuwers. Ik vond het toerisme een vorm van barbarij. Wat zou Trebius ervan gevonden hebben als hij wist dat we 1921 jaar na zijn dood ongegeneerd door zijn huis lopen alsof het de onze is. We banjeren in ons toeristenkloffie langs zijn allerheiligste tempel, zitten wellicht op de richel ervan, zonder ook maar enige vorm van schaamte. Alsof dat nog niet genoeg is, bekrassen we nog zijn beschilderde stucwerk. Erger kan toch niet. Ik heb het met het verkoolde lijk van zijn geliefde Trebius absoluut te doen.

Hoeveel je alleen al van de Pompeiische gladiatorenschool kunt leren, bewijst Fik Meijer in zijn boek Gladiatoren. Hierin verwijst hij dikwijls naar de gladiatorenschool van Pompeii, zoals de opschriften van Pompeiische meisjes waarin ze de liefde verklaren aan de gladiatoren:

De vulkanische as van Pompeji heeft ervoor gezorgd dat een aantal van die opschriften bewaard is gebleven. Teksten als Cresces reti(arius) puparum nocturnarum (Cresces, die met zijn drietand de meisjes ‘s nachts in zijn net vangt), Cresces puellarum dominus (Cresces, heer van de meisjes) en suspirium puellarum tr(aex) Celadus (Celadus, de Thraciër, die de harten van de meisjes sneller doet kloppen) zeggen alles over de reputatie van gladiatoren. (77)

Nu het schoolgebouw van de gladiatoren is ingestort, blijft deze informatie alleen nog over in de boekjes over deze periode. Jammer, want de kracht van Pompeii is dat je met eigen ogen kunt kennismaken met de Romeinen. Dat is meer dan een sprong terug in de tijd. Dat is een beleving.

In de tijd van Goethe wilde men met het opgraven van Pompeii en Herculeum mensen laten kennismaken met de oudheid. Nu zou het doel moeten liggen bij het zorgvuldig conserveren van dit verleden. De veilige vulkaanas bedekt de huizen niet meer, waardoor alles heel kwetsbaar is. Dat het ongeluk van dit weekend zien.