Hebben Tweede Kamerleden voldoende kennis van het spoorwegnet om er een effectief oordeel over te kunnen vellen. Het is natuurlijk erg leuk om zoals Arie Slob commentaar te hebben op Prorail naar aanleiding van het incident van afgelopen vrijdag in Utrecht. Ik betwijfel de hoeveelheid verstand van rails, wissels, bovenleidingen, treinstellen en seinen onder kamerleden.

De benadering van veel kamerleden is namelijk erg vanuit de auto geredeneerd. Dat een trein bijvoorbeeld een veel langere remweg heeft – vaak van enkele kilometers lang – en niet kan uitwijken zoals een auto, lijken ze niet te realiseren.

Kamerleden reizen vrijwel niet met de trein en bewindslieden helemaal niet. Dat kan een kritische benadering van een organisatie als prorail in de weg staan. Want elke spoorwegliefhebber weet dat Utrecht, het knelpunt is van Nederland. Als Utrecht plat ligt, dan ligt het hele land plat, is een opmerking onder treinreizigers die al heel oud is. En ook het brandje van vrijdag demonstreert dat: een probleem bij Utrecht dupeert gelijk duizenden reizigers.

Dat prorail een organisatie is waar nog wel wat kan gebeuren, staat los van dit feit. Ik vind dat kamerleden ook naar zichzelf moeten kijken. Je laten meevoeren met mooi weer praatjes zoals bijvoorbeeld gebeurt bij de Flevolijn, demonstreert dat de kamerleden zelf ook eens moet nadenken. Je lost een groot infrastructureel probleem niet op door treinen dichter op elkaar te laten rijden. Dat reizigers nu dag in dag uit in treinen worden gepropt waar elke minieme vertraging dramatische gevolgen heeft, beseffen kamerleden nauwelijks. Daar kan geen rapportage tegenop.

Dus verdiep je eens serieus in het spoor en laat je niet leiden door incidenten.