Vandaag trof mij het verhaal van een Canadees echtpaar dat de loterij won. Prachtig natuurlijk, ze konden nu eindelijk hun dromen waarmaken. Alle deelnemers aan een loterij dromen van een prijs zoals zij kregen. Op hun rekening werd 11,3 miljoen dollar overgemaakt in juli.

Het echtpaar is het geld inmiddels kwijt. Aan wat mensen en familieleden die het heel hard nodig hadden en de overige 11.255.272 dollar ging naar een goed doel. Ik vind het een prachtig verhaal. Je wint de loterij en je geeft alles weg. Het argument dat de 2 aan elkaar geven klinkt sterk: wat je niet hebt gehad, kun je ook niet missen.

De opmerking die de 2 eraan toevoegen klinkt als een cliché maar is een waarheid: ‘We hebben tenminste elkaar.’ De vrouw is ernstig ziek en onderging net zware chemotherapie in de tijd dat ze de prijs wonnen. Ze waren veel te druk met de ziekte en hebben geen cent van het prijzengeld aan zichzelf besteed.

Dat is ook het probleem van de rijke en misschien zelfs wel van de hele westerse samenleving. Rijkdom maakt niet per definitie gelukkig. Als je niks hebt, kun je het ook niet kwijtraken. Als je rijk bent, zul je voortdurend de angst hebben het te verliezen. Dat staat bijvoorbeeld ook in het verhaal van Marten Toonder van de Bovenbazen:

Iemand die alles heeft, is nooit meer blij wanneer hij wat ontvangt. Inplaats daarvan moet hij altijd bang zijn dat hij iets verliest, want dat is de enige mogelijkheid die voor hem overblijft.

Het doet mij denken aan het liedje ‘Heilige Anthonius‘ van de Limburgse band Rowwen Hèze. Ik maakte ermee kennis vorig jaar in een show van Paul de Leeuw die ik zag. Een ijzersterke tekst: “Het beter is iets moois te verliezen. Beter verliezen dan dat je het nooit hebt gehad.” Het greep mij aan, zeker ook met het verhaal over premature kinderen waar een echtpaar over vertelt voordat de band het nummer zingt (liedje begint bij 4:00):

Blijft een vraag hangen: waarom doe je aan een loterij mee als je niet hoeft te winnen? Of zou hier hetzelfde goede doel een rol spelen.