Een vreemde combinatie schuilt in 2 nieuwsberichten. Enerzijds is de Nederlander steeds beter opgeleid, anderzijds komt de minister van onderwijs Marja van Bijsterveldt met een scala aan maatregelen om spelling en rekenen aan te pakken. Niet meer zonder wiskunde van de havo en meer Nederlands en Engels.

Toch slaat het allemaal meer op elkaar dan het lijkt. Wanneer je meer hoger opgeleide mensen wilt hebben, kun je ze langer op school laten zitten. Maar ergens zal je een bepaalde verzadiging bereiken. Als dan nog steeds meer hoger opgeleide mensen moeten komen, dan kun je de standaarden verlagen van wat ze moeten kunnen. Iets is gebeurd bij hogeschool InHolland. Weliswaar in extreme zin, maar het zal heus op kleinere en mindere schaal nog steeds gebeuren.

De maatregelen die Van Bijsterveld noemt, irriteren mij.
Alsof al die leraren die jaren hard hebben staan werken voor de klas, hun werk niet goed hebben gedaan. Bovendien lost ze het op door de zoveelste onderwijsverbetering van boven op te leggen. Het parlementair onderzoek van 2008 besteedt aandacht aan de onderwijsvernieuwingen die de tweede helft van de 20e eeuw beheerst hebben. De commissie Dijsselbloem stelt dat ouders en leraren onvoldoende serieus zijn genomen. Bestuurders en beleidsmakers leden aan tunnelvisie en vernieuwingen werden van bovenaf opgelegd, of het kwam zo over bij scholen.

Het rapport verdween in een la en ligt daar nog steeds, want opnieuw stapt Van Bijsterveld in de valkuilen waarin haar voorgangers ook gestapt zijn. Het onderwijs moet je niet van bovenaf willen vernieuwen. Je kunt ouders niet verplichten zich intensief met het onderwijs van hun kind te bemoeien. Dat besteden ze uit aan de docent. De leerkracht en docent moeten de jongeren opleiden. Anders levert dat boze ouders op die zich met elk detail bemoeien. Straal als minister uit dat je vertrouwen hebt in de mensen van de werkvloer en leg ze weer niet de zoveelste maatregel op.

Onderwijsvernieuwing en onderwijsverbetering ontstaat niet door het opleggen van regels, maar het creëren van een klimaat waarin iedere leerling serieus wordt genomen. Ook werkt het niet om de hele dag taal en rekenen te geven. Onze maatschappij is daarvoor te gecompliceerd. Bovendien kun je basisscholieren goed leren rekenen, maar als ze op de middelbare school met de rekenmachine werken dan zal de geleerde lesstof snel weggezakt zijn. Hetzelfde geldt voor taal. Elke universiteit moet een taalvaardigheidstoets Nederlands afnemen, maar vervolgens is de studie helemaal in het Engels.

Laat het onderwijs over aan de deskundigen en blijf als ouder betrokken bij het onderwijs van je kind. Dat kan door in de MR te gaan zitten, mee te werken bij activiteiten en veel contact te hebben met leerkrachten en docenten.