Niet alleen een voederbak hoog, maar ook een plateau wat dichter bij de grond voor de vogels.

Merel, koolmees en spreeuw, ze hebben de laatste dagen allemaal genoten van het voer in onze tuin. De vorst zorgt ervoor dat de vogels veel energie en daarmee voedsel nodig hebben. Volgens de vogelbescherming verliezen de kleinere vogels gedurende koude nachten wel 10 procent van hun lichaamsgewicht. Daarom kan het geen kwaad ze bij te voeren. Wel moet je rekening houden ze niet teveel eten te geven, maar de laatste dagen gebeurt dat niet zo snel. Het voedsel dat wij aanbieden in de achtertuin wordt gegeten door alle vogels uit de buurt: koolmees, pimpelmees, huismus, merel, kauw, ekster en spreeuw.

Koolmees in de vlinderstruik

Bij de eerste nachten vorst, zag ik ‘s morgens als de zwarte merel zitten.

Hij is een vaste gast geworden gedurende deze winter. Hij is vrij tam en zit dan met een opgeblazen verenkleed op de rugleuning van de tuinstoelen. Keurig wacht hij het moment af dat hij kan toehappen. Als het dan zover is, duikt hij op zijn prooi – de voederbak met vogelzaad – en neemt het ervan. De merel is heer en meester in de tuin. Geen mus of spreeuw mag aan zijn eten komen.

Merel is heer en meester in de achtertuin

We maken ons misschien wel druk over de dieren in de Oostvaardersplassen, maar dicht bij huis in je eigen tuin, wordt ook een strijd op leven en dood gevochten. Koolmezen en pimpelmezen hebben het zwaar in de winter. Vooral jonge vogels moeten het ontgelden. Let wel op met het bijvoeren, gooi niet veel te veel voer in de tuin. Dat lokt ook ratten en muizen en daar hebben we een stuk minder behoefte aan.