De eigenaar van dit huisorgel bouwde aan een bestaand 19e eeuws kerkorgel een rugwerk. Dit alles staat in de huiskamer.

De droom van elke orgelliefhebber is een huisorgel van formaat. Een gebrek aan geld en tijd zorgt er vaak voor dat het er niet van komt. En vergeet huisgenoten en buren niet die het geluid ook nog allemaal moeten verdragen. Daarom blijft het bij mij tot dromen beperkt.

Wordt de één helemaal gek bij het zien van een rode racewagen, ik kijk mijn ogen uit bij het zien van grote huisorgels. Daarom ben ik ook lid van de Arbeidskreis Hausorgel van de Duitse Gesellschaft der Orgelfreunde, GdO.

Elk jaar verschijnt er een verenigingsblad waar ik naar kijk als een kind in een speelgoedwinkel. Ik zie de grootste orgels in huiskamers staan. De pijpen van deze instrumenten lijken wel over heel de kamer verspreid te staan. De eigenaars van deze instrumenten beschikken altijd over een bepaalde mate van gekte en een overdaad aan tijd om zich dit soort muziekinstrumenten te veroorloven.

Bij mij blijft het beperkt tot kijken en fantaseren. Dan zie ik voor mij hoe een pijporgel met rugwerk de helft van de oppervlakte in mijn huiskamer beslaat. Ik hoor de tongwerken en mixturen met kracht de kleine huiskamer in bulderen. En als ik dan klaar ben met fantaseren ben ik blij dat ik het niet in huis heb staan. Voor mij geen boze buren of een mopperende huisgenoten. Maar daarvoor hoef ik alleen maar zo’n groot orgel te missen…