Als Lodewijk XIV bij Lobith de Rijn oversteekt op 16 juni 1672 is het Rampjaar een feit (bron: Wikimedia Commons)

Het boek Rampjaar 1672 van Luc Panhuysen beschrijft een stuk geschiedenis waarover Guillame Groen van Prinsterer in zijn Handboek der geschiedenis van het vaderland schrijft: ‘Het scheen, zeide men, dat de Regering radeloos, het volk redeloos, het Land reddeloos was.’ (386) Het land is in oorlog met Engeland, Frankrijk en de bisschop van Münster.

Panhuysen heeft voor zijn boek gebruik gemaakt van egodocumenten, namelijk de briefwisseling tussen Margaretha Turnor, haar man Godard Adriaan van Reede en hun zoon Godard. De brieven heeft Panhuysen in het Utrechts archief gevonden. Het gaat om een kleine 29 archiefdozen met in elke doos zo’n 80 tot 100 brieven. Een ongelooflijk aantal documenten die een bijzondere inkijk bieden in het leven van 3 17e-eeuwers.

Aristocratische bovenlaag

Margretha en haar man Godard Adriaan vormen de aristocratische bovenlaag van de bevolking. Ze bezitten een flinke hoeveelheid land in Amerongen en hebben het kasteel van Amerongen in de loop van de jaren opgeknapt en uitgebreid. Daarnaast bezit het echtpaar een huis in Den Haag, pal naast het huis van raadspensionaris Johann de Witt. De Witt krijgt op zijn beleid ernstige kritiek en eigenlijk wordt hem de schuld in de schoenen geschoven van de inval van de Franse Lodewijk XIV en de bisschop van Münster.

Er valt De Witt zeker veel te verwijten, demonstreert Luc Panhuysen in zijn boek. Het is slecht gesteld met de verdediging van het land. Daarnaast laat Panhuysen zien dat het oorlog voeren snel verleerd is. Het is nog geen 25 jaar na het beëindigen van de 80-jarige oorlog in 1648, maar de Nederlanders kunnen niet meer vechten. Ook stelt de staat de verkeerde personen aan op de cruciale verdedingsplekken, zoal de Franse generaal Montbas. In de brieven van Margretha klinkt afgunst door. Ze vindt het oneerlijk dat haar zoon geen vooraanstaande functie in het leger krijgt. Het hele boek overheerst deze afgunst.

Franse wreedheden verbeeldt door Romeyn de Hooghe (bron: rampjaar.blogspot.com)

Inkijkje

Daarmee geeft Panhuysen een prachtig inkijkje in het leven in de 17-eeuw. Ook beschrijft hij de gruwelen die de Fransen bijvoorbeeld aanrichten bij de aanval van Holland. Ze keren onverrichter zake terug maar laten een spoor van vernieling achter. Tegerlijkertijd nuanceert Panhuysen de gruwelen. Verkrachting, moord en plundering hoorden bij een oorlog. Ook twijfelt Panhuysen aan de ernst van de zaak. De gruwelen worden wel verteld door het slachtoffer. Romeyn de Hooghe wist de gruwelen levensecht in beeld te brengen op basis van ooggetuigenverslagen, zo beweerde de tekenaar.

Hollandse waterlinie

Het rampjaar 1672 heeft altijd weinig aandacht in de vaderlandse geschiedenis gehad volgens Panhuysen. In elk geval een stuk minder aandacht dan de 80-jarige oorlog. Dat terwijl de jonge republiek door het oog van de naald kruipt en ternauwernood weet te overleven. Ook is niet eerder op zo’n grote schaal de Hollandse waterlinie ingezet om het land te verdedigen. In feite is 1672 het oprichtingsjaar van de Hollandse waterlinie. Van Muiden tot aan Gorcum kwam het land onder water te staan. Met vernuftige platbodems waarop soldaten en kanonnen lagen, verdedigden de Hollanders zich tegen de vijand. En met succes. Het keerpunt van de oorlog ligt bij de onneembaarheid van Holland dankzij de waterlinie.

Het jaar 1672 geldt eveneens als het jaar van Willem III. Na de dood van zijn vader waren de oranjes onder heerschappij van Jan en Cornelis de Witt stadhouderloos. Met de dood van de broers De Witt door een volksmassa in Den Haag, kreeg Willem III alle heerschappij. Hij trekt na de oorlog alle heerschappij naar zich toe en vergroot daarmee de macht van Holland ten opzichte van de 6 andere provincies. Dat is wel een uitermate wrange conclusie na het lezen van Rampjaar 1672.

Einde gouden eeuw

1672 luidt het einde van de gouden eeuw in. Stond de 80-jarige oorlog aan de basis van het begin, de andere oorlog betekent het einde. Aan de andere kant merkt Panhuysen in zijn boek op dat het einde eigenlijk al voor de oorlog werd ingeluid. Maar de oorlogszuchtige Willem III heeft de staatsuitgaven die eigenlijk broodnodig waren voor het stimuleren van de economie, uitgegeven aan de strijd tegen de Fransen. Of zoals de eigenlijke aanstichter van de oorlog, Lodewijk XIV op zijn sterfbed tegen zijn 5-jarige kleinzoon zegt: ‘Ik heb teveel van oorlog gehouden, volg mij hierin niet na.’

Wat mij aan het boek het meest aanspreekt zijn de brieven van de Van Reedes. Ik ken de streek rond Amerongen erg goed en dat maakt de brieven in het boek nog mooier. Net als de beschijvingen van Den Haag, waar ik toch een tijdje vlak in de buurt heb gewerkt. Deze egodocumenten vormen de basis van het boek van Luc Panhuysen. De brieven maken het verleden levend. Het zijn mensen van vlees en bloed die radeloos, redeloos en reddeloos waren. De citaten van de brieven pleiten er wat mij betreft voor dat de brieven snel worden uitgegeven of via internet toegankelijk worden gemaakt. Ze verdienen het door meer mensen te worden gelezen.

Links over het rampjaar

Voor aanvullingen houd ik mij aanbevolen.