Een beetje sentiment voel ik wel bij het idee dat het spoorboekje niet meer is. Niet dat ik het de afgelopen 10 jaar nog heb opengeslagen, maar het roept herinneringen op. De dunne blaadjes de bijzondere tekentjes – het rode kruisje en zwarte hamertje – en de droomwereld waarin je kon terechtkomen.

Een jaar of 10 was Paul Haenen bij Rik Felderhof in de villa te gast. Hij kwam aan per trein en zat ‘s avonds met een spoorboekje op schoot. ‘Heerlijk’, zei hij erbij. ‘Dan bedenk ik hele reizen en fantaseer erover.’ Met een reisplanner is dat toch anders, merk ik. Dan moet je de hele reis al bedenken. Daar kun je dan weer met de computer over twisten of zijn voorstel werkelijk de snelste en beste is.

Het spoorboekje is een van de eerste boeken die sneuvelt bij de digitalisering van de maatschappij. Het
telefoonboek wil er vooralsnog niet aan, maar het zijn wel boeken die door hun actualiteit snel verouderd zijn. Daar gaat wat betreft het spoorboekje een lange geschiedenis aan vooraf. Voordat de planner op internet verscheen, was het mogelijk het spoorboekje op floppy te krijgen. Daarom heb ik al meer dan 10 jaar spoorboekloos geleefd.

Is het besluit van NS niet te radicaal is voor mensen die zonder internet leven? Ik weet het, het zijn er niet veel, maar toch zijn deze mensen er. Voor hen was het een geleidelijkere overgang geweest als het boekje via ‘printing on demand’ nog te krijgen was. Of het spoorboekje als e-book. Dan zouden modern en ouderwets mooi met elkaar versmelten. Maar misschien haalt deze maatregel een enkeling over de schreef en zal ook hij aan de computer en internet gaan.

Mijn trein rijdt in elk geval prima zonder spoorboekje.