Gerrit Komrij stelde in De buitenkant, Een abecedarium een bloemlezing van alle interviews met hem samen

Natuurlijk ben je ijdel als je een bloemlezing samenstelt uit interviews die met je gehouden zijn, maar Gerrit Komrij mag zo ijdel zijn in De buitenkant, Een abecedarium. Vandaag arriveerde het boek dat ik via marktplaats.nl had besteld. Samen met 2 andere boeken waar ik later wat meer over zal schrijven.

De interviewers maken vaak de goede sier met het interview, terwijl jij het hebt gezegd, stelt Komrij in zijn inleiding bij dit bijzondere boekje. Meestal stellen anderen een bloemlezing samen van interviews, maar Komrij kiest zelf voor het experiment: hoe componeert een auteur zelf weer een portret uit alles wat een reeks interviewers met vuursteen of botte bijl, in de loop der jaren uit hem heeft losgewoeld? (5)

Alles is perceptie, ook het nalezen van interviews. Ik las een tijdje terug een interview met Komrij van Bibeb. Ik herkende daarin niet de Komrij die ik meende te kennen. Zinnen als: ”t Gebeurt ook dat ik dichtklap als ik met mensen sta te praten. Voor zalen heb ik het absoluut niet. En zodra ze mij een microfoon onder mijn neus duwen, bloei ik op. Daar word ik ontzettend geil van.’ (Bibeb: Interviews 73/77, p. 213)

Zeker, gelukkig sprak ook het opstandige jongetje en de stoere bloemlezer, maar primair sprak daar een bijzondere man die zich soms verborg achter zijn woorden. De bijzondere selectie van interviewcitaten die De buitenkant vormt, laat een andere Komrij zien. Eentje die misschien wel de binnenkant laat zien. Al kan ik ook genadeloos lachen om sommige citaten, zoals die over porno:

Pornotijdschriften beantwoorden aan de zeer wezenlijke erotische verlangens van de man. Omdat mannen nooit meemaken dat vrouwen met de benen gespreid en met omhoog gedraaide ogen onderdanig de baas dankjewel zeggen, staan die bladen vol met zulke vrouwen. Die bladen houden mannen bij de dokter weg en uit de kerk. (133)

Laat dat citaat nu net uit het interview met Bibeb (p. 223) komen…

Kortom, een auteur die zichzelf uit 66 interviews citeert en dan tot zo’n mooie verzameling is een op en top bloemlezer. Wat mij nog het meeste trof was de vernuftige manier van ordenen en verzamelen die uit het boekje spreekt. Al roept het boekje bijna om een tweede deel, die van de laatste 15 jaar. Ik weet zeker dat dit weer een nieuwe buitenkant oplevert. Komrij lijkt namelijk verdacht veel op een kameleon. In zijn gedichten en essays, maar ook in zijn interviews.