Kees Lekkerkerker in De Parelduiker met enkele Slauerhoff-uitgaven die hij verzorgde

De Parelduiker die deze week in mijn brievenbus viel, de nr. 5 van 2010, bevat een paar interessante artikelen. Met name het artikel van Menno Voskuil over editeur Kees Lekkerkerker ‘In dienst van de letteren’ trekt mijn aandacht. Daarnaast staat in de laatste De Parelduiker van 2010 een boeiend verhaal over de Utrechtse bibliofiele drukker Jan Erik Bouman en een artikel over de uitspraken van Harry Mulisch.

Ik kreeg het jaarabonnement op De Parelduiker van mijn (oud-)collega’s bij de Postbus. Het is een blad waar ik een beetje dubbel tegenaan kijk. Veel literair-historische artikelen boeien me zeker, maar verhalen over Bertus Aafjes boeien mij niet zo. En van die verhalen is De Parelduiker vergeven. In het vorige nummer kon de lezer kennismaken met Bertus Aafjes en de oorlog. Dit nummer mag de lezer proeven van Bertus Aafjes en Lucebert, controversie en verzoening. Niet direct mijn smaak.

Maar artikelen als over Kees Lekkerkerker (1910-2006) zijn best boeiend. Al vind ik dat Menno Voskuil niet altijd even boeiend schrijft. Hij kan naar mijn oordeel best wat spannender vertellen over deze boeiende persoon. Kees Lekkerkerker is vooral bekend als de bezorger van Gedichten en Proza van Slauerhoff. Uitgaven die in de boekenkast van een neerlandicus niet ontbreken. Beide boeken worden nog altijd uitgeven door Nijgh en Van Ditmar.

Kees Lekkerkerker heeft niet gestudeerd en geldt in zekere zin ook als autodidact. Toch is hij een zeer begenadigd redacteur. Wel worstelt hij zijn hele leven met het vinden van een baan die aansluit bij zijn literaire ambities. Zo is hij in de oorlogsjaren assistent-redacteur bij uitgeverij Contact. Hij geldt als spin in het web in het contact met auteurs, beoordelen van manuscripten, begeleiden van drukwerk en verzorgen van prospectussen.

Maar hij beëindigt deze baan om ‘zich geheel aan zijn literaire werk te kunnen wijden’. Het brengt hem in het freelance bestaan, waarbij Lekkerkerker van het ene klusje in het andere hobbelt. Een baan als conservator voor het letterkundig museum gaat aan hem voorbij en hij stort zich later als freelancer op het maken van bibliografische kaarten.

Werk dat hij zeer uitvoerig en zorgvuldig doet, maar waarvan hij vindt dat hij er te weinig geld voor krijgt. De voorbeelden van deze zeer nauwkeurige kaarten zijn te vinden op dbnl.org, zoals de bibliografiekaarten van Jan Jacob SlauerhoffGerrit Achterberg, Hans Warren en Jan Wolkers. Werk dat Lekkerkerker zo minutieus deed dat hij de auteurs dikwijls bezocht om de uitgaven zelf te kunnen bekijken. Met zijn onderzoek bij auteurs thuis, haalde hij menig schrijversdagboek bewijst Menno Voskuil met de citaten uit Hans Warren Geheim dagboek en Jeroen Brouwers.

Naast dit werk, werkte Lekkerkerker ook als corrector voor auteurs als Bertus Aafjes – daar is hij weer – en Jan Wolkers.Dat alles maakt juist dit portret zo interessant. Tekstverzorgers werken langs de zijlijn van het literaire speelveld. Terwijl de auteurs elk doelpunt scoren, blijft de redacteur buiten beeld, terwijl deze naar mijn oordeel heel belangrijke is.

Het portret van Menno Voskuil bewijst dit. Een leven lang achtervolgd worden door het niet schrijven van een goede verantwoording bij de gedichten. Terwijl het antwoord voortkomt uit de zorgvuldigheid van de editeur. Het maakt deze levensbeschrijving in mijn ogen alleen maar sterker.