Alles gaat kapot van mij. Het begon met een haperende cd-speler in mijn laptop. Daarna sloeg hij op elk ongewenste moment over, draaide noest rondjes en begon dan heel hard te rammelen. Ik kreeg er zelfs geen enkel geluid meer uit en vreesde het ergste. Sinds die tijd kan ik geen cd’s meer draaien. Het cd-spelertje uit de caravan zou uitkomst bieden, maar die krijgt eveneens nauwelijks geluid uit de geluidsdragers. Als het koud is herkent hij een cd niet eens als een cd.

Nu begon maandagavond plotsklap de tl-buis boven mijn bureau zenuwachtig te knipperen. Hij ging niet meer aan, bleef eindeloos knipperen en kon er niet toe komen over te gaan op ontbranding. Hij dacht enkel aan ik moet het gaan doen, ik moet het gaan doen. Maar het einde van het verhaaltje: hij deed het nooit.

In de schuur knipperde een lamp ook lange tijd, tijdens de vrieskou schee hij ermee uit en daarna rook het dagenlang heel vreemd in de schuur.

De autoband liep gisteren leeg, Inge haalde er de wegenwacht bij, die verwisselde de band voor een nog stukkere band. We zullen nu een garage moet zoeken (tot nog toe wisten we de garagehouder in Almelo altijd te vinden) en vrezen het ergste voor over een paar maanden als hij door de apk moet.

Kortom, alles gaat kapot en het geld is op. Het schijnt dat een groot deel van de Nederlanders zo werkt sinds de kredietcrisis ook de kleine portemonnee raakt. Je vervangt alleen iets als het kapot is. Als dan alles tegelijk ermee uitscheidt, dan zul je alles tegelijk moeten vervangen. Overigens verbaas ik mij erover hoe snel veel electronica versleten is. Het lijkt wel of fabrikanten de levensduur van artikelen elk jaar met een jaar verkorten. Het zal niet lang meer duren of een artikel is al kapot als je er de winkel mee uit loopt. Misschien dat de wereldeconomie zo kan groeien.

Ik heb mij laten vertellen dat Prorail al jaren zo werkt met de spoorwegen. Een wisselverwarming wordt vernieuwd als hij kapot is. Eerder niet. Niets om je voor te schamen dus.