‘Vandaag is de koningin jarig.’ Op het moment dat ik het zei, wist ik dat ik het niet had moeten zeggen. Ik maakte het mijzelf moeilijk met deze uitspraak tegen een vijfjarige kleuter. ‘Waarom is het vandaag dan geen Koninginnedag?’ Als ik het niet gezegd had, was mij deze vraag bespaard gebleven. Het is een van de dingen die niet kloppen in Nederland.

Koninginnedag terwijl de koningin niet jarig is. ‘Dat komt omdat de koningin haar moeder dan jarig is.’ Ik probeerde het verhaal te vertellen. ‘Toen papa net zo oud was als jij was de moeder van de koningin koningin. Op Koninginnedag, haar verjaardag, wilde ze niet meer koningin zijn.’
– ‘Ging ze dood?’
‘Nee, ze zei dat ze niet meer koningin wilde zijn en ze vroeg haar dochter, de prinses, of ze koningin wilde worden. De prinses vond het zo mooi dat ze koningin werd dat ze zei dat we altijd Koninginnedag zouden vieren als haar moeder jarig was. Daarom vieren we Koninginnedag als zij jarig is. Dat is op 30 april.’
– ‘April? Duurt dat nog lang?’
‘Dat duurt nog heel lang. Vlak voor jouw verjaardag is Koninginnedag.’
– ‘Dat is nog heel lang.’
‘Ja.’
– ‘En dan is de koningin nepjarig?’
‘Precies de koningin is vandaag echt jarig en op koninginnedag is ze nepjarig.’
Hoe een kleuter iets lastigs kan reduceren tot iets makkelijks.

Ik zag helemaal de cabaretshow voor mij over Koninginnedag waarbij de standup comedian John Fealey het vreemde fenomeen van Koninginnedag probeert uit te leggen. Compleet met de ‘queen mum’. Te mooi om niet even naar te kijken.