Valentijns Meer-min of Boeroeneesch-zeewijf

Zoals ik gisteren al schreef, houd ik niet van Valentijnsdag. Toch is er een Valentijn waar ik van houd: François Valentijn (1666 – 1727). De Dordtse predikant bezocht vanaf 1685 de Nederlandse koloniën in de Oost en woonde tussen 1686 en 1694 op het eiland Ambon.

In diezelfde tijd woonde op Ambon ook de beroemde natuuronderzoeker Rumphius (1627 – 1702), die het indrukwekkende twaalfdelige Het Amboinsche kruidboek uitbracht waarin de flora en fauna van Ambon tot in detail beschreven wordt. Heel veel bijzondere schelpdieren en beschrijvingen van kruiden bevatten deze boeken. Naast de zeer zorgvuldige en gedetailleerde beschrijvingen bevatten de boeken zeer gedetailleerde pentekeningen, werkelijk een lust voor het oog.

Plagiaris van werk Rumphius

Terug naar François Valentijn, E. M. Beekman noemt hem in Paradijzen van weleer een ‘meester in het anekdotisch proza’. Valentijn leerde van Rumphius het Maleis, maar meer dan dat. Het waarnemen en interpreteren kreeg hij ook mee. Daarnaast voegde Valentijn de beschrijving in zijn boeken. Hij maakte overal een verhaal van. Daarnaast plagieerde hij zijn leermeester ook. Iets wat hem later niet in dank is afgenomen.

Dat neemt niet weg dat een werk als Oud en Nieuw Oost-Indiën werkelijk een indrukwekkend werk is over de kolonie. Het is jarenlang een gezaghebbend werk geweest waar een schrijver als Maria Dermout gretig gebruik heeft gemaakt. Al was het alleen om de gebruiken en legenden die Valentijn beschrijft.

Duur Valentijnspresentje

Het boek Oud en Nieuw Oost-Indiën is in een 8-delige facsimile een jaar of 10 terug opnieuw uitgegeven door uitgeverij Van Wijnen uit Franeker. Voor dit werk moet de liefhebber wel bijna 1400 euro neertellen. Dat is wel wat veel voor een Valentijnspresentje, maar dan heb je wel een echte Valentijn waar je jaren mee vooruit kunt.