Erasmus vindt Ruttes bezuinigingen op het onderwijs: ‘Geen verstandige zuinigheid, maar waanzin’.

Het kabinet probeert een paar miljoen her en der los te schrapen van de kale huiden. Zo moeten onderwijs en wetenschap eraan geloven. Naar mijn oordeel geen verstandige zuinigheid, maar waanzin. De miljoenen die Rutte hiermee wil besparen, laten zich later uitrekenen in een immense schuld. Je onthoudt jongeren namelijk het meest noodzakelijke wat ze nodig hebben: opvoeding en onderwijs.

Onderwijs is een recht dat alle kinderen hebben en niet alleen een (leer)plicht. Ruttes minister van Onderwijs, Marja Bijsterveld, wil ook geld besparen door moeilijk opvoedbare jongeren in het reguliere onderwijs mee te laten draaien. Schadelijk voor de leerlingen zelf en hun klasgenootjes.

Het bracht mij op het lezen van Desiderius Erasmus (1469 – 1536). Als er een verstandig Nederlander is geweest, dan is het Erasmus van Rotterdam geweest. De man die in dezelfde stad geboren is als ik, is het land tijdig ontvlucht om niet besmet te raken met de domheid die elke Nederlander lijkt in te ademen als hij wat langer hier blijft wonen.

Zotheid

Dit jaar is het 500 jaar geleden dat zijn beroemdste geschrift, de Laus Stultitiae (Lof op de Zotheid) het druklicht zag in Parijs. Overigens verzorgde Erasmus zelf niet deze druk waardoor het boek boordevol storende fouten zat. De tweede druk in 1512 verzorgde Erasmus zelf. Net als de 6 volgende uitgaven die gedurende zijn leven verschenen.

Erasmus is bekend vanwege een Lof op de zotheid, waarin hij de draak steekt met veel tijdgenoten en daarnaast ook kritische noten kraakt in de richting van zijn maatschappij. Nederlandse protestanten – tenminste die waarin ik ben opgevoed – halen hem dan ook graag aan om zijn kerkkritische houding. Als je het boekje goed leest, vind je er wel meer misstanden in.

Draagbare Erasmus

In een bloemlezing uit zijn werk – De draagbare Erasmus – vond ik een heel interessant essay van zijn hand getiteld ‘Opvoeding en onderwijs’. Het is geschreven in een opmerkelijk frisse stijl en sterk essayistisch zoals bijvoorbeeld Michel de Montaigne (1533 – 1592) een halve eeuw later deed.

Zo vroeg mogelijk beginnen

Volgens Erasmus zijn veulens en honden het beste af te richten als je er zo vroeg mogelijk mee begint: ‘omdat het nog jonge dier het gemakkelijkst de wil volgt van hem die het vormt’. De opvoeding is het enige dat de mens onderscheidt van het dier. Een dier volgt zijn instinct. Een mens kan iets worden geleerd. De mens jaagt, bouwt en verbouwt voor zijn nageslacht, zijn kinderen. Daarom moet je hun opvoeding niet verwaarlozen, vindt Erasmus. Of zoals hij het heel scherp uitdrukt:

Wanneer men iemand vraagt of hij de dood van zijn zoon zou aanvaarden wanneer hij er honderd paarden voor terug zou krijgen, dan zal deze, denk ik, tenzij hij helemaal in de war is, antwoorden: zeker niet. Maar waarom gaan de paarden dan voor en waarom besteedt men er meer zorg aan dan aan de eigen zoon? Waarom geeft men meer uit aan een nar dan aan de leraar? Bij andere dingen mag er reden zijn om karig te zijn, hier is karigheid geen verstandige zuinigheid, maar waanzin. (42)

Geen verstandige zuinigheid, maar waanzin

Waanzin, noemt Erasmus het bezuinigen op onderwijs. Waarom zou je een directeur meer salaris geven dan een onderwijzer? In onze maatschappij vraagt de opvoeding ook alle aandacht en niet alleen van ouders. Goed onderwijs voor de kinderen van nu, bepaalt in grote mate de toekomst. Bezuinigen op onderwijs is het stomste wat je kunt doen. Goed onderwijs vormt jongeren en zal ze helpen in hun persoonlijke ontwikkeling. Zonder goed onderwijs ontneem je ze hun toekomst en hun kansen. Waarom geld besteden aan hoge hypotheken terwijl onze kinderen niet met die duurbetaalde huizen kunnen omgaan omdat ze (het) niet geleerd hebben?

Ik geloof in onderwijs en opvoeding. Ik denk dat dit meer invloed op onze veiligheid heeft dan de halfbakken maatregelen waar het kabinet nu mee bezig is. Geen grotere veiligheid dan het stimuleren van de geest.

Overigens is Erasmus heel modern in zijn opvoedkundige opvattingen. Zo verwerpt hij het slaan van kinderen:

Sommigen [leerlingen] zou u met slaag eerder doden dan verbeteren, met vriendelijkheid en zacht vermaningen zou men ze kunnen krijgen waar men maar wil.

Bekentenis

Dan volgt een bekentenis. Zo was Erasmus als jongen ook. Een leraar sloeg hem zoveel dat hem de lol in het leren verging:

Dat verdreef bij mij alle lust tot studie en het sloeg mij zo teneer, dat het maar weinig scheelde of ik was van verdriet weggekwijnd. (44)

Gelukkig kwam de betreffende leraar tot het besef dat hij met de jonge Erasmus meer bereikte door hem niet te slaan. Anders waren deze zeer kundige opmerkingen nooit uit Eramus’ pen gevloeid.

Zouden Rutte en Bijsterveld dit ook tijdig beseffen?