Het was de vraag wanneer hij eruit zou komen: de voortand bovenin zat al een week of 2 los. Wiebelde erger dan ooit. Er verscheen woensdag al een smalle opening tegen het tandvlees aan. Het leek erop dat hij er ieder moment uit kon vallen. ‘Wanneer denk jij dat hij los gaat?’  vroeg ze aan mij woensdag. Ik schatte die dag nog. Doris wist het beter: ik denk morgen.

Ook zij had geen gelijk. De voortand bovenin is er tot vrijdagmorgen ingebleven. Bij het opstaan toverde ze de losse tand tevoorschijn. Natuurlijk moest het exemplaar op school gezien laten worden. Ik was er vrijdagmorgen speciaal nog voor terug naar huis gerend. Doris vroeg het aan mij toen we vlakbij school waren. De losse tand was groter nieuws dan het andere.

Bij beklimmen van de bibliotheektrap

Bij het verlaten van school vergat ze de tand eveneens en nu dacht ze er te laat aan. Zodoende ligt de tand nog altijd op het tafeltje van de juf. Hierdoor kon de tandenfee helaas nog niet langskomen. De tandenfee had heel veel in het verschiet, maar dat komt nu later.

Nu kijken we 3 dagen naar een kleuter die de voortand eruit heeft. De schoolfotograaf komt woensdag, dus dat wordt een prachtige foto. Telkens als ze mijn kant opkijkt en haar mond een stukje openvalt, schiet ik in de lach. Het ziet er geweldig uit, haar hele gezicht lijkt te veranderen door die ene tand die eruit is.

Ik zeg dan iets over een fietsenrekje. ‘Dan moeten de fietsen er wel op de kop in’ , zei ze. De opening in het gebit maakte de opmerking nog bijdehanter dan ze al was.