image

Bij het krieken van de dag kroop ik uit bed om de versierde eieren te verstoppen. Een klein halfuurtje later stond Doris in onze deuropening. Het eiermandje stond leeg op tafel. ‘Heeft de paashaas ze nu verstopt?’ vroeg ze.

Ze konden zeker verstopt zijn. We gingen gelijk naar buiten op zoek naar de beschilderde eieren. Dat ze iets te goed verstopt waren voor een 5-jarige kwam snel aan het licht. Maar met een beetje hulp van de paashaas waren de eieren snel gevonden.

Na afloop bespraken we de zoekactie. ‘Dus de paashaas heeft de eieren niet verstopt,’ zei ze. De bevestiging was er snel. Dat papa de eieren had verstopt. ‘Maar de paashaas bestaat wel.’ Ook al had niemand van ons de paashaas ooit gezien. De paashaas bestaat.