Met een bundeltje boeken verliet ik de bibliotheek. Ik hoorde in de verte gejoel komen vanaf de markt. Het lawaai kon ik niet plaatsen. Eigenlijk hoorde ik het niet eens. Ik pakte mijn fiets, die tegen een boom stond en liet de boeken in de fietstas glijden. Over het Stadhuisplein liep een man. Onderwijl at hij zijn hamburger op.

Opeens klonk er boven mij geschreeuw. Met vloeken erbij. Ik keek omhoog. Een man hing uit het raam van 1 van de appartementen boven de bibliotheek. Ik vroeg mij af wat hij ging doen. Hij bulderde nog iets onverstaanbaars en liet zijn grote lijf nog wat verder voorover hangen.

Die laat zich naar beneden storten, dacht ik. Hij schreeuwde nog een keer en ik keek angstig omhoog. Het gezicht verdween uit het raam. Opeens hoorde ik het gejoel vanaf de markt weer. Natuurlijk voetbal, dacht ik snel. De wedstrijd Ajax-Twente was in volle gang. Het leek erop dat Ajax aan de verliezende hand was. Anders zou je niet gaan schreeuwen en vloeken uit het raam van je appartement.

Bij thuiskomst ging ik onmiddellijk kijken. Tot mijn verbazing zag ik dat Ajax gewonnen heeft van FC Twente. Bij voetbalfans liggen vreugde en verdriet dicht bij elkaar. Een vloek kan blijdschap en afgrijzen betekenen. Geschreeuw idem dito.