Ze zaten in het gras. De benen langgerekt op het groen. Naast haar lag het jasje van het mantelpakje. Naast hem lag het colbertje van zijn pak. De stropdas af en de mouwen van zijn gestreepte overhemd opgerold.

Ze waren stil. Tussen hen in, iets onder hen, op het aflopende talud naar het water, stond een kartonnetje met de drinkbekers. In haar handen vouwde ze het papiertje open. Vlees, kaas en een broodje verschenen. Het papier in zijn handen knisperde ook open. Ook bij hem verscheen een bolletje met sesamzaad. De saus droop een stukje over de tomaat.

Ze zaten stil in het gras. In hun mooie kleren, klaar van het werk en even ontspannen voordat ze verder zouden rijden. Heerlijk aan de waterkant. Ik vroeg me af of het verloofden waren of collega’s. Het kon ook allebei. Het was alleen zo’n mooi moment. Hij nam een hap van het broodje, zij nam een hap.

25.000 hamburgers
Ik dacht aan de man in Amerika die al 25.000 hamburgers had gegeten.
Elke dag 2 stuks. Hij doet dit al 39 jaar lang sinds hij in 1972 zijn eerste BigMac verorberde. Hij zou naar eigen zeggen slechts 8 dagen zonder de hamburger hebben geleefd. Zijn vrouw hoeft nooit voor hem te koken. Liefde van de man gaat altijd door de maag.

Ik bedacht dat hij haar een kus gaf, iets onder haar oorlel. De geur van een dag hard werken vermengde zich met het vanmorgen opgebrachte luchtje. Zij liet het gebeuren. Haar blonde haren vielen weer een beetje terug. Ik rende voorbij. De volgende interval begon.