Ze stonden in een liefdevolle omhelzing. Buiten voor het lelijke gebouw van glas. Zij legde haar hoofd tegen zijn schouder. Zijn hand lag losjes op haar heup.

De andere hand zag ik naar zijn mond gaan. Ze zei iets liefs tegen hem terwijl hij aan zijn sigaret zoog. Zijn antwoord vergezelde zich met de rook die zijn adem uitblies.

Het was ongeïnteresseerd en schattig tegelijk. Zij zei iets zachtjes in de richting van het glazen gebouw. Het geluid van haar stem was niet te horen. Ze  maakte haar hoofd los van zijn schouder. Ze staken de koppen bij elkaar en begonnen innig te kussen. Alsof niemand keek.