Bakjes van de afhaalchinees (bron: wikimedia.org)

Ik strekte mij tegen een muurtje achter bij ons huis en rook de heerlijke kooklucht van Chinees.  ‘Ha, Chinees’, dacht ik. Het luikje schoof in mijn gedachten open. Een stapeltje plastic bakjes wachtte. Het meisje achter de balie zou het straks in de lange repen papier wikkelen.

Papier wikkelen
Gedreven stapelde ze de bakjes en sloeg het papier erom heen. Het papier verdween vervolgens in een plastic zakje. Een lange reep kroepoek erbij. Dan dat vreugdevolle moment om met die zak in de richting van de auto te lopen. De warmte van het eten voelde je uit de zak stijgen.

Dan snel naar huis, de tafel was al gedekt en in de glazen borrelde de cola al. De zak ging open, het papier los en de bakjes in de hand. Zoekend naar de bami, de nasi en in welk bakje zat nou de koe lo yuk? Daar gingen de deksels over van de witte bakjes. De damp steeg omhoog. Al die tijd opgesloten gezeten, verspreidde de geur zich direct boven de eettafel.

Teveel en ve-tsin
Dan kwam het eten. Heerlijk. En altijd gebeurt hetzelfde: je eet teveel. Je vindt het zo lekker dat je nog een keer opschept. Het is teveel. Bovendien proef je pas na je laatste hap dat het eten boordevol met de smaakversterker ve-tsin zat. De rest van de avond probeer je de ve-tsin weg te spoelen met liters water. Maar de dorst blijft. Het lijkt wel of aan elke porie van je lichaam het vocht is onttrokken.

Bijna was ik uitgestrekt van het hardlopen. Ik rook nog eens goed naar de heerlijke kooklucht die er hing. Ik dacht aan de volle maag, de overweldigende vleessmaak in mijn mond en de ve-tsin. Zo gaat het heel vaak met Chinees: je hebt al spijt nog voor je hap hebt genomen. Die gedachte weerhield me dus om een bestelling te gaan doen.

Ik onthulde mijn heimelijke genoegen aan Inge, die gelijk enthousiast werd. Gelukkig verdween het idee bij de gedachte aan de stapel rekeningen die we nog moeten voldoen deze maand.