Ik probeerde vanmorgen een bij te redden

Vanmorgen moest ik op een bij jagen om hem te redden

Ik zat aan het ontbijt en het zoemde bij het raam. Ik keek goed, het dier vloog onregelmatig en tikte tegen het raam. Het leek niet op een bromvlieg. Al zoemde het dier even enthousiast of paniekerig. Daarvoor was het achterlijf te fors. Nu zag ik het duidelijk: hier vloog een bij.

Bijen prikken maar zijn vredelievend. Laatst had een hommel zich in de nesten gewerkt en die moest ik helaas dood maken. Ik ben er nog verdrietig van. Deze bij redden, was het eerste doel dat ik mij vanmorgen stelde. Het dier tikte hopeloos tegen het raam in een poging het licht tegemoet te treden.

Ik zette de deur open. Nu zocht ik iets om het beestje mee naar buiten te geleiden. De krant waarmee ik hem voorzichtig naar de deur probeerde te brengen, dreef het dier tot wanhoop. Het gezoem verdween. Even leefde ik in de veronderstelling dat hij echt verdwenen was. Tot ik – vlak voor vertrek – zag dat de bij zich achter een bloempot had verschanst.

Ik had geen tijd te verliezen. De trein vertrok dadelijk en ik was nog thuis een bij aan het redden. Dit vroeg om actie. Een blik hielp niet. Hij moest ook opereren zonder de bijbehorende stoffer. En de bij werd er alleen maar onrustiger van. De oplossing zat in een omgekeerd waterglaasje dat toevallig op de vensterbank lag. Ik wist de bij er in te krijgen. Transporteerde het op het blik naar buiten en draaide het glaasje daar om.

De bij moest even wennen, liep op het glas tot het randje, merkte dat hij in de buitenlucht was en vloog op. Ik heb nooit een tevredener bij de hemel zien bestijgen. Hij vloog zo hoog op dat ik alleen nog maar aan Het lied der dwaze bijen kon denken.

Hoe zou het in de bijenkorf gaan. De verloren zoon komt thuis. Dan de ongeruste stemmen die door de korf zoemen. We dachten nog, die komt nooit meer terug. Je bleef weg. Het werd donker en je was er nog steeds niet. De opluchting. Wat fijn dat je er weer bent. En dan de vraag waar de stuifmeel is.

Waarschijnlijk ging het allemaal anders. Maar ik heb mijn taak erop zitten: ik heb een bij gered.

En ook nog de trein gehaald.