Nog maar amper op weg was ik afgelopen zondag bij het hardlopen, maar ik hoorde iets vreemds. Ik hoorde een vreemd ritmisch geluid dat leek op iemand die met een handzaag een stuk hout zaagt. Het geluid kwam van rechts. Het zou moeten wegsterven, maar het bleef naast mij klinken.

Ineens iets nats op mijn been. Ik keek naar beneden en zag een klein hondje naast me rennen. Een meeloper. Ik stopte, haalde het hondje even aan en keek om me heen of ik een baasje kon zien. De hele straat was uitgestorven. Geen baasje te zien. Ik probeerde het dier weg te sturen, maar hij ging op zijn rug liggen. Ik zag duidelijk iets roze opzwellen en puntig vooruit wijzen. Om de nek droeg het dier geen halsbandje of iets waarmee ik hem zou kunnen identificeren. Wat moest ik met dit beest?

Ik wilde verder lopen en hervatte mijn loop. Het dier liep met me mee, alleen bleef hij nu niet een eindje achter me. Hij ging voor mijn voeten lopen. Iets waar ik helemaal geen zin in had. Ik zag een drama voor me van een lange trainingsronde met een hond aan mijn zij.

Ik kwam bij een drukker fietspad. Hier liepen mensen met honden. Ik probeerde het dier terug te sturen, maar hij sprong in de richting van mijn hand. Het gebaar nodigde hem uit om een partijtje te gaan spelen. Iets dat ik helemaal niet zag zitten.

De verlossing kwam uit onverwachte hoek. Achter een bosje kwam een vrouw met een hond tevoorschijn. De hond vergat mij totaal en rende in de richting van de andere hond.

Ik gebaarde met mijn armen in de lucht. ‘Het is niet mijn hond. Ik weet niet van wie hij is.’ ‘Och’, zei de vrouw. Ondertussen dartelden 2 honden om haar heen. De halsband raakte verstrikt in haar benen. ‘Die vindt z’n baasje wel weer’, riep ze. Ze probeerde het draad los te maken. Hiervoor bewoog ze haar benen snel omhoog en omlaag.

Ik holde weer verder. Inderdaad, die kwam wel weer thuis.