Het onlangs gerestaureerde Garrels-orgel uit 1733 in de Marekerk te Leiden

Het onlangs gerestaureerde Garrels-orgel uit 1733 in de Marekerk te Leiden

De Leidse Orgeldag kreeg vorige week zaterdag een waardige afsluiting met de bespeling van Henk Gijzen op het orgel van de Marekerk. Gijzen bestiert sinds 2003 de 3 klavieren van het Garrelsorgel in deze kerk. De Marekerk vormt een mooi harmonisch geheel met de omgeving en is van binnen een genot om naar te kijken.

Dit komt niet in de laatste plaats door de eenvoud. De lichtinval van de koepel draagt hier ook aan bij. De Marekerk gebouwd door Arent van ‘s-Gravesande in samenwerking met zijn leermeester Jacob van Campen is wel een toonaangevend voorbeeld van Hollands Classisisme.

Weerbarstig
Het orgel van de Marekerk kende ik als een weerbarstig instrument dat misschien meer een nieuw orgel van oud materiaal was, dan een echt historisch instrument. Verstopt in een indrukwekkende orgelkas leek het groter dan het was. De kracht van het orgel werd mij nooit duidelijk.

Zeker is dat het orgel een heuse opknapbeurt heeft gekregen. Het instrument van Garrels staat er strak bij. De kas is geschilderd en opnieuw verguld. Daarmee sluit het naadloos aan bij de trend die al jaren heerst bij de restauraties. Naar mijn mening is deze trend ingezet bij de schilderbeurt van het Müllerorgel in de Bavokerk van Haarlem. Vrij onverwacht kreeg het orgel in 1986 een schilderbeurt. Van de lichtbruine kleur werd het Müllerorgel ineens een knalrode mahonie-imitatie.

Het Garrels-orgel van de Marekerk glimt van alle kanten

Het Garrels-orgel van de Marekerk glimt van alle kanten

 

Strak in de lak
Schilders zijn sindsdien niet meer huiverig om de oude verflagen te verwijderen en het instrument strak in de lak te zetten. Stijlen glimmen van de glanzende verf. Decoraties worden prachtig opnieuw verguld en de pijpen krijgen een glinsterend laagje tinfolie. Hetzelfde is gebeurd bij het orgel van de Marekerk. Het ziet er adembenemend uit. Net alsof het instrument gisteren is opgeleverd. Tegelijkertijd ziet het er tamelijk definitief uit.

Het leidt allemaal flink af van de inhoud, al dat uiterlijk vertoon. Ik bekeek de orgelkas nog eens goed en vroeg mij af wat het stenen console in de orgelkas deed. Het gaf mij een onbehaaglijk gevoel. Er klopte namelijk iets niet. Bestudering van het boek Het orgel in de Marekerk van Jaap den Hertog gaf het antwoord.

Ingangsportaal van de Marekerk in Leiden

Ingangsportaal van de Marekerk in Leiden

Gedraaide pedaaltorens
De pedaaltorens zijn 45 graden gedraaid ten opzichte van hun oorspronkelijke positie. Voor de opknapbeurt van Bik in 1929 stonden ze namelijk haaks op het hoofdwerk. Dan vormt het instrument plotseling een harmonisch geheel met zijn omgeving. De stenen portaallijst rond het raam komt dan prachtig uit aan weerszijden van de pedaaltorens. Nu zit er een vreemde knik in.

De restaurateurs hebben de bestaande situatie keurig geconserveerd. Het orgel ziet er mooi uit. Maar is er niet een heel mooie kans blijven liggen? Het instrument had in oorspronkelijke luister hersteld kunnen worden. De mogelijkheid lag voor het oprapen. Dat het verkleinen van de kas enorme consequenties voor het instrument zelf heeft, spreekt voor zich. Dat de kosten zeker 2 keer zo hoog waren opgelopen, is eveneens een gegeven. Maar wat een kans was er geweest het Leidse orgelbestand te verrijken met een heel indrukwekkend instrument.

Eenzelfde gevoel
Ook het beluisteren van dit orgel levert eenzelfde gevoel op. Zeker, de tongwerken sluiten beter aan bij het geheel. De mixtuur en scherp zijn milder. Het tutti is meer een eenheid. De prestanten spreken meer voor zich en de fluiten zijn mooi herintoneert. Toch mist het instrument aan karakter. Het is geen eenheid, maar losstaande elementen die toevallig bij elkaar komen.

Dit concert roept mij mij de vraag op: wat is de meerwaarde van een dergelijke opknapbeurt? Zeker, gezien vanuit de toestand waarin het orgel verkeerde, is de restauratie noodzakelijk geweest. Maar zit er niet veel in het instrument verborgen dat pas goed tot uiting komt door radicale keuzes te maken?

De Marekerk in Leiden is een ontwerp van Arent van 's Gravenzande

De Marekerk in Leiden is een ontwerp van Arent van 's Gravenzande

 

Genoeg mogelijkheden
Henk Gijzen speelde werken van de Franse barokcomponist Louis Nicolas Cléranbault. De delen uit de Suite du deuxieme ton gaven genoeg mogelijkheden het instrument te demonsteren. Zo demonstreerde hij het plenum in het Plein Jeu. De fluiten kwamen tot uiting in de Duo. Uitkomende stemmen in combinatie met de fluiten kregen een kans in Récit de Nazard. De tongwerken mochten opleven bij het Basse de Cromorne (Kromhoorn) en het Caprice (trompet van het hoofdwerk).

De tongwerken leven echt wel op van de opknapbeurt door Verschueren. De trompet was een mooi register, minder snijdend en beduidend ronder in klank. Hetzelfde vond ik terug in de kromhoorn. Het zijn aangename registers geworden. Dat vond ik ook terug in de uitvoering van Gijzen van de Sonate in a van Carl Phillip Emanuel Bach (1714-1788). Zo hoorde ik de verschillende fluiten van het instrument overtuigend klinken in het middendeel, het adagio. Dat gaat verder dan een verschil in hard en zacht.

Rondborstig met draagkracht
Ook in het tutti van Alexander Guilmants Grand choeur en ré majeur (Alla Handel), Op. 18 demonstreerde Henk Gijzen dat het orgel van de Marekerk er zeker op vooruit is gegaan. De klank is rondborstiger en heeft beduidend meer draagkracht gekregen. Alleen bleef de eenheid die zo kenmerkend is voor de orgels van Garrels weg. Het was een opgeknapt neobarok-orgel en niet een orgel dat de sfeer van het verleden weet op te roepen.

De Marekerk in Leiden gezien vanaf de Oude Vest

De Marekerk in Leiden gezien vanaf de Oude Vest

 

Met een katerig gevoel verliet ik de Marekerk. Vanaf de Oude vest heb ik nog goed gekeken naar hoe de zon speelde met de ramen in de koepel. De groenige kleur liet mij nog iets verder mijmeren en overwegen hoe het allemaal geweest zou zijn met radicale keuzes. Een instrument dat zijn weerga niet zou kennen. Daar kan geen schilderskwast tegenop.

Mooie aanvulling
Het orgel van de Marekerk blijft nu een orgel dat zeker een mooie aanvulling vormt op het orgelbestand in Leiden, maar niet dé aanvulling. Voor organist Henk Gijzen is het een uitdaging de kracht van dit instrument te zoeken en dat uit te dragen. Hij heeft me daar vorige week zaterdag nog niet van overtuigd. Het samenspel tussen orgel en organist kwam nog niet sterk tot uitdrukking. Wie weet bezit het Garrelsorgel wel meer, dan ik gehoord heb.

Programma

Louis Nicolas Clérembault (1676-1749) Uit: Suite du deuxieme ton
– Plein Jeu
– Duo
– Basse de Cromorne
– Récit de Nazard
– Caprice
Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788) Sonata in a
– Allegro assai
– Adagio
– Allegro
Alexandre Guilmant (1837-1911) Grand choeur en ré majeur (Alla Handel)

Dispositie
In 1733 bouwde Rudolf Garrels voor de Marekerk een orgel. Hij gebruikte hiervoor pijpwerk, windlades, claviatuur en een gedeelte van de orgelkas van het kleine orgel uit de Pieterskerk. In 1735 breidt Garrels het orgel uit omdat het Pieterskerkorgel te weinig draagkracht heeft voor de gemeentezang.

Na verschillende uitbreidingen, onder andere in 1929 van orgelbouwer Bik, wijzigt Flentrop het orgel in 1966 in de huidige toestand. De orgelbouwer voegt een borstwerk toe en wijzigt de dispositie grondig. Hierbij gebruikt Flentrop al het historisch pijpwerk in het orgel. In 2010 restaureert Verschueren het instrument. De situatie van Flentrop blijft hierbij volledig gehandhaafd.

Hoofdwerk Bovenwerk Borstwerk Pedaal
Prestant 8
Bourdon 8
Octaaf 4
Quint 3
Superoctaaf 2
Mixtuur IV-VI
Scherp II-III
Trompet 8
Holpijp 8
Quintadeen 8
Prestant 4
Fluit 4
Nasard 3
Gemshoorn 2
Sifflet 1
Sexquialter II disc
Kromhoorn 8
Tremulant
Gedekt 8
Gedekte Fluit 4
Prestant 2
Roerfluit 2
Cimbel I
Regaal 8
Bourdon 16
Prestant 8
Gedekt 8
Octaaf 4
Fagot 16
Trompet 8