Bätz-orgel uit 1831 in de Domkerk van Utrecht

Het Dritter Theil der Clavier Übung is een fenomenale bundel orgelmuziek van Johann Sebastian Bach. Ze vormen een prachtige eenheid. Gisteren voerde Toon Hagen in de Domkerk te Utrecht de zogeheten Grote Orgelmis uit. Dat is een gedeeltelijke uitvoering van Bachs Clavier Übung III. Namelijk het Preludium in Es-Dur, de 10 ‘grote’ koraalvoorspelen voor 2 klavieren en pedaal (BWV nummers 669, 670, 671, 676, 678, 680, 682, 684, 686 en 688) en tenslotte de Fuga in Es-Dur.

Deze verzameling past precies in een concert. Al is voor sommige mensen de lengte te lang, gezien het behoorlijke aantal mensen dat het orgelconcert tussentijds verliet. Maar misschien is het voor een toerist een flinke zit om zelfs alleen de ‘Ausschnit’ van de derde Clavier Übung helemaal uit te zitten.

Ik ben werkelijk gek op de Clavier Übung III en de Grote orgelmis in het bijzonder. Ik heb er flink wat uitvoeringen van op cd. Vooral de totaliteit is overweldigend. Het zijn stuk voor stuk prachtige muziekstukken die eigenlijk op een indringende wijze het hele geloof behandelen. In die zin staat deze verzameling muziekstukken helemaal in de lijn van de Matthäus passion en Johannes passion.

Psalmendichter David bestiert de hoofdkas van het orgel van de Domkerk in Utrecht

Zo vormen de eerste 3 koraalvoorspelen een heilige 3-eenheid en kristalliseert gedurende de rest van de voorspelen het hele geloof zich verder uit. Het levert een boeiende impressie op van het orgelwerk van Johann Sebastian Bach, waarin het geloof zo’n belangrijke rol speelt. Ik ben elke keer weer als ik de Grote orgelmis live heb gehoord diep onder de indrukken.

Een van die keren was op zaterdagavond 13 september 2003. Op zijn Schnitger-orgel in de Grote of Sint Michaëlskerk in Zwolle speelde Toon Hagen eveneens de Grote orgelmis. De koralen werden daarbij gezongen door een cantorij. Het was een indrukwekkend concert.

De uitvoering gistermiddag in de Domkerk was minstens zo indrukwekkend. Het Bätz-orgel leent zich goed voor deze verzameling voorspelen. Dat begon al met het preludium in Es-Dur, BWV 552/1. Dat stond werkelijk als een huis. In een mooi tempo zette Toon Hagen de opening neer. Hij trok alle aandacht naar zich toe. De echo’s zo kenmerkend voor dit preludium kwamen sterk over. Ook kon Toon Hagen accenten goed leggen door de heldere registratie met de boventoonrijke mixturen.

Hetzelfde deed hij in de 3 koralen die samen een kyrië vormen. Op basis van onder andere dit element heeft de verzameling koraalvoorspelen de bijnaam Orgelmis gekregen. De Sexquialter van het hoofdwerk stond in Kyrie, Gott Vater in Ewigkeit, BWV 669 mooi tegenover de Prestant van het rugwerk.

Het orgel in de Domkerk heeft zo’n sterk contrast tussen de verschillende werken. Ook het spel met de combinatie van fluit en viola di gamba van het bovenwerk tegen de trompet van het hoofdwerk in Christe aller Welt Trost, BWV 670 vervolmaakte dit.

De afsluiting van het kyrië met Kyrie, Gott heiliger Geist, BWV 671 klonk overweldigend. Vooral de accenten die Toon Hagen wist te leggen op de dissonante akkoorden, kwamen erg overtuigend over. Ze wisten daarmee bijna een postmoderne sfeer op te roepen. Ook legde Toon Hagen daarmee een link met het spel met akkoorden dat zo kenmerkend is voor het Aus tiefer Not schrei ich zu dir.

Toon Hagen wist vooral met Dies sind die heil’gen zehn Gebot, BWV 678 verrassing op te roepen in zijn registratiekeuze. Met de 8-voets-fluiten van het bovenwerk in combinatie met de tremulant zette hij de begeleiding in. De uitkomende stemmen speelde hij op het rugwerk met de holpijp en octaaf 4′. De tremulant zorgde ervoor dat je de uitkomende stem minimaal hoorde. Het gaf het koraal een heel andere sfeer en uitdrukking. Je hoorde nieuwe dingen en werd verrast.

Rugwerk van het Bätzorgel in de Utrechtse Domkerk

Dat is natuurlijk erg lastig bij bekende orgelwerken als Vater unser im Himmelreich, BWV 682 en Christ, unser Herr, zum Jordan kam, BWV 684. Deze koraalvoorspelen zijn zo bekend en geliefd dat er nauwelijks aan traditionele uitvoeringen te ontkomen valt. Ook al ging Toon Hagen er gedeeltelijk in mee met de Vox Humana in het Vater unser en de trompet 4′ van het pedaal als uitkomende stem tegen het kabbelen van de Jordaan in Christ, unser Herr. De uitvoering bleef strak staan dat zelfs het feest der herkenning nieuwe mogelijkheden bood. Vooral de 16-voets-begeleiding in de bas bij Christ, unser Herr kwam overtuigend over.

Dat zag ik ook gebeuren bij het hoogtepunt: Aus tiefer Not schrei ich zu dir, BWV 686. De fugatische opbouw waarbij Toon Hagen het plenum van het hoofdwerk heel mooi gebruikte. Ook hier wist hij de akkoorden bijna postmodern neer te zetten. Zo kon ik horen dat Toon Hagen houdt van die dissonantie als contrast tegen het strakke contrapunt van de compositie. Het maakt juist de nood zo groot in het Aus tiefer Not. Daarmee kan het stuk wedijveren met bijvoorbeeld het slotkoor ‘Wir setzen uns mit Thränen nieder’ van de Matthäus waar bijna eenzelfde verdriet spreekt.

Bij de afsluiting met de Fuga in Es-Dur, BWV 552/2 kwam dezelfde enthousiasme en bravoure terug van het begin van het concert. De ernst van de koraalvoorspelen klonk weliswaar door in de fuga, maar Toon Hagen benutte de mogelijkheden van het instrument. De afwisseling tussen de plena van hoofdwerk en rugwerk maakte het stuk spannend tot de laatste toon.

Lof dus voor Toon Hagen. Hij zette de Grote orgelmis gisteren mooi neer. Hij speelde het hele concert door uiterst geconcentreerd. Ik heb hem op weinig uitglijders kunnen betrappen. Dat is zeker een topprestatie omdat deze 12 orgelstukken stuk voor stuk het uiterste van de uitvoerder vragen. Elk koraalvoorspel heeft veel aandacht nodig. Niet alleen wat betreft registratie, maar zeker ook qua tempo en het leggen van accenten.

Een uitvoering zoals van gisteren hoor je weinig. Als het dan ook nog eens zo’n mooie verzameling werken van Bach is. Dan geniet je meer dan dubbel. En dat heb ik bij Toon Hagen gisteren in de Domkerk zeker gedaan.

De liefhebber kan de Grote orgelmis nog 2 keer horen van Toon Hagen deze zomer:

  • op dinsdag 26 juli op zijn orgel in de Grote- of Sint-Michaëlskerk te Zwolle
  • op dinsdag 2 augustus in de Stevenskerk te Nijmegen

Overigens voert Ad Verhage de Grote orgelmis ook uit op de tweede Veenendaalse orgeldag. Ad Verhage doet dit op het Skräbl-orgel in de Westerkerk van Veenendaal.