De regen maakt triest. Vanuit het raam van mijn studeerkamer kijk ik al een uurtje uit op een koppeltje houtduiven. Ze wiegen rustig op en neer op de dikke tak van de boom voor het raam. De bladeren van de boom zouden ze moeten beschermen tegen de regen. Ik betwijfel of dat inderdaad zo is.

Ik kijk aandachtig hoe de 2 daar zitten. Tegen elkaar gedrukt deinen ze mee op de wind. Soms wiegt de tak vervaarlijk op en neer. Dan balanceren de grote lichamen op de tak. Ik zie hoe de staart wat naar beneden zakt. Zo herstelt het evenwicht zich snel daar op die tak op een meter of 10 boven het water van de gracht.

Als de regen wat vermindert, begint een duif zijn veren wat op te schikken. Af en toe dwarrelt een donsveertje naar beneden. De wind pakt het veertje snel op en trekt het de gracht in. De andere duif krijgt ook het idee de veren te schikken. En zo zitten ze daar met z’ n tweeën de veren te schikken.

Ik weet ook niet wat het is, maar ineens zijn ze weg. Terwijl ik opkijk van het computerscherm zie ik de 2 niet meer zitten. Een kauwtje landt op de tak die beweegt op het ritme van de wind. Het dier gaat zitten op de plek van de 2. De poten grijpen de gladde aanslag rond de tak.

Terwijl hij zo voor zich uit staart, hervat de regen weer zijn val. Inderdaad, regen maakt triest en haalt zelfs de laatste idylle uit de boom.