image

Dat je voor elkaar zorgt, zie ik als een vanzelfsprekendheid. Alleen had ik het moment wat later verwacht. Niet nu, als je nog jong bent en de levenslust uit alle hoeken en gaten van het lichaam borrelt. Maar nu mijn lief zo gekneusd rondloopt. De pijn zwaar valt en de arm onbewogen in de mitella hangt, is het allemaal wat weerbarstiger. Zorgen hoeven niet alleen in het hoofd te spoken. Ze kunnen ook in de praktijk toegepast moeten worden op iemand. Zodoende zorg ik nu voor Inge.

In haar geval is het niet de toetakeling maar vermoedelijk een draairad op de Hengelose kermis zo’n 20 jaar geleden. De EHBO-post en de huisarts een paar dagen later, zagen het niet als de arm uit de kom. Maar het was het waarschijnlijk wel. Sindsdien voelde Inge haar arm sneller als ze een onverwachte beweging met rechts maakte.

Dat ze mij 2 jaar geleden ineens belde vanuit het zwembad, zal ik niet snel vergeten. Bij de borstcrawl was er iets met de arm gebeurd en ze zou even later door de ambulance worden opgehaald. De eerstehulp had de diagnose snel gemaakt: arm uit de kom. Al schijnt het een schouder uit de kom te heten. In het ziekenhuis geven ze dan ook nog eens de naam schouderinstabiliteit. Het komt op hetzelfde neer: de arm schiet los van de schouder. Een pijnlijke gebeurtenis die zich vorig jaar op moederdag herhaalde.

Dat is te vaak. Daarom is na wat onderzoek besloten de boel te repareren. Dat betekent dat de kraakbeenrand en het bijbehorende kapsel weer zijn vastgezet aan de kom. Dit gebeurt met botankers. De operatie is via 3 kleine gaatjes in de huid gedaan. Dat scheelt enorm in het herstel. Maar dat haalt op dit moment de pijn niet weg.

Daarnaast kan iemand die de rechtse – de goede – arm in de mitella heeft, niet zoveel doen. Dat begint ‘s morgens al met aankleden, een shirt aandoen is onmogelijk en de broek omhoog trekken is aan het eindje ook lastig. Dan de boterham smeren, een bezoek aan het toilet of een brief schrijven. Het gaat allemaal niet of met veel moeite.

Dat betekent dat ik vrolijk mag broederen in huis. De zorg rust nu goeddeels op mijn schouders. Die schouders zitten beide nog lekker in de kom en draaien dat het een lieve lust is. Geen klusje is te groot. En natuurlijk doe ik het allemaal met liefde. Eten koken, de was, opruimen, de vaatwasser inruimen en uitruimen en natuurlijk de boodschappen. Veel dingen doe ik normaal ook al, maar de taken kunnen iets minder goed verdeeld worden.

Laat ik het maar zien als een training op de oude dag, als de ongemakken dagelijkse kost worden. Dan kun je niet uitzien naar de dag dat de mitella af gaat en je elke dag weer iets meer dingen hoeft te doen.