image

Het stukje voortuin naast ons huis bestaat eigenlijk alleen uit tegels. Maar als je er voorbij loopt, zou je dat niet denken. Tussen alle tegels zijn er allerlei uitschieters van jonge bomen en struiken. De snelgroeiers in de omgeving laten zo’n spoor van zaden achter dat een vierkante centimeter grond genoeg is voor de jonge spruiten.

De laatste dagen waren de struiken en bomen een flink eind over het pad gegroeid. Voorbijgangers beschikten niet meer de ruimte die ze bij de breedte van dit voetpad zouden moeten hebben. Niet dat er iemand over klaagde, maar het stukje tuin valt zo uit het zicht dat wij het niet zo snel in de gaten hebben.

Laatst zag ik de grote woestenij naast het huis. Een man kwam voorbij. Een hondje liep voor hem uit. ‘Misschien moet je eens snoeien’, zei hij. Hij maakte een grote knipbeweging met armen. ‘Snoeien’, herhaalde hij. Zijn hondje ging al de hoek om, dus hij besteedde geen aandacht meer aan mij.

Ik keek nog eens naar al het groen dat met het mooie weer en de regen goed gedijt. Veel groen, veel bladeren, maar verder nutteloos in mijn ogen. Niemand kan ervan genieten. Al die boompjes groeien alle kanten op. Mijn buurman noemde het de ‘bush, bush’. Hoe een paar vierkante meter kan uitgroeien tot een heus oerwoud.

Ik pakte de snoeischaar en knipte het ergst overhangende groen weg. Een paar knipbewegingen of naast mij lag een hele berg groenafval. Genoeg om het compostgedeelte van de duobak helemaal te vullen. Ik stopte en keek ook nog even opzij. In het tuintje lag een complete dennenboom. Hij was al helemaal bruin geworden.

Ik meende er de boom in te zien die een buurman van een paar huizen verderop op de heg voor zijn huis had neergelegd. Ineens was de neergekwakte dennenboom verdwenen. De boom die in mijn voortuintje lag, kon goed dezelfde wezen. Maar ook niet. Blijkbaar nodigt een oerwoud uit om je afval te dumpen.

Het voortuintje vraagt al langere tijd om een opknapbeurt. Een mooie afrastering en wat aantrekkelijke planten. Maar ik werd alweer naar binnen getrokken. De alledaagse werkelijkheid riep me tot de orde. Van het najaar, dacht ik. En zo zal het oerwoud naast ons huis nog even mogen voortbloeien.