De achtbaan van Speelpark Oud Valkeveen

De buien dreven over maar de wolken bleven druppelen. We waren buiten. Bij het verlaten van de bus regende het al. En ze speelden eerst binnen, tot ze echt naar buiten wilden. Het personeel zuchtte en kreunde. Regen is voor niemand leuk. Zeker bij een schoolreisje.

De kinderen mochten in de vrije val en daarna in de zweefmolen in de vorm van een bij. Ik vroeg een medewerker of het treintje reed. ‘Nee’, antwoordde hij. ‘Maar u kunt wel in de achtbaan.’

‘De achtbaan’, krijsten de kinderen. De eerste waren al op weg en liepen inmiddels halverwege de vijver in het midden van het park. Ik hobbelde er achteraan. Andere ouders met kleuters liepen achter mij aan. En zo vormden we een heus rijtje mensen op weg naar de achtbaan. Ondertussen druilde de regen haar sombere liedje verder.

Net op het moment dat ik de trap wilde bestijgen, riep de medewerkster stellig dat de attractie ging sluiten. ‘Dat is ook wat’, reageerde ik verongelijkt. ‘Uw collega zei dat we hier terecht konden en nu gaat u dicht. Er komen nog zo’n 20 kinderen aan.’ Ze trok haar beslissing terug en de kinderen stapten in de slurf.

Rails, wagonnetjes en wieltjes. De achtbaan is net zozeer een trein als het andere ding dat traag door het park rijdt. De rest van de kinderen en begeleiders die achter mijn groepje aan liepen, arriveerde. Ze stapten in en de eerste ronde kon gereden worden. ‘Kom er ook bij’, vond een moeder. Ik liet mij niet uitdagen. ‘Nee, dat ding is echt niks voor mij.’

Een andere moeder die over evenveel heldenmoed als ik beschikte, stond naast me. Het treintje was ondertussen gaan rijden. De slurf met het vrolijke wezentje voorop, passeerde ons. Het stalen geraamte van de achtbaan rinkelde. ‘Jij kan ook overdrijven’, zei ze lachend. ’20 kinderen!’ Ik keek in het treintje en telde 8 kinderen. 2 stonden aan de kant. Het aantal was wellicht verdubbeld in mijn woorden, maar ze zaten er toch in. ‘Ach ja’, vergoelijkte ik mijn overdrijven. ‘Ze zitten er toch maar mooi in.’

Het trein zette zijn afdaling in, nam de bocht en kreeg de diepe slinger naar beneden. Kinderen gilden. Ze gilden net zo hard als 20 kinderen. Net als aan het eind van het ritje, waarbij de kinderkelen riepen dat ze nog wel een keertje wilden. Ondertussen speelde de regen het spelletje mee en begon nog harder op de kinderhoofdjes te trommelen.