image

Hij fietst traag voor mij uit. Ik ben aan het hardlopen en nader hem met rasse schreden. Ik zie een tas in rechtse fietstas zitten. Vlak onder de oranje flap kan ik hem zien. Uit het handvat aan zijn stuur steekt een witte veer. De veer wappert zachtjes mee op de wind. Ik loop door en haal hem langzaam maar zeker in.

Aan de voorkant van het handvat steekt een andere veer. Ook een witte. Hij is wat minder fors dan die aan de achterkant van het handvat steekt. Wat ranker en minder breed ook. Ik loop nu naast hem en zie hoe aan de andere kant van het stuur ook veren aan de handvatten wapperen. Duidelijk het resultaat van een vogelliefhebber.

De man fietst netjes in het rustige tempo en ik hol bijna naast hem. Hij heeft een snor. ‘Tomin groenvoorziening’ staat op het jasje dat hij aanheeft. Ik versnel nog iets mijn hollen en loop nu naast hem. Hij heeft er zichtbaar plezier in, kijkt mij uitdagend aan. Wacht tot ik iets ga zeggen.

Ik zeg niks. Ik kijk naar veren uit zijn handvat, de witte veren links, de grijze rechts. Mooie veren heb je, zou ik kunnen zeggen. Maar ik vind het niet origineel. Hij ziet wel dat ik het denk. Zijn ogen glijden trots langs het chroom van zijn stuur in de richting van het handvat.

Hij heeft er zichtbaar plezier in, versnelt iets en rijdt een paar meter voor mij uit. Als hij blijkbaar weer minder hard fietst, loop ik weer naast hem. Ik zie dat uit het petje dat hij draagt ook een veer steekt. De zonneklep wijst netjes naar voren, de veer steekt uit de linkerzijde van het stof. Ietsje omhoog. Zo dat je de kleuren goed kunt zien. Hij heeft alle tinten. Ik denk dat hij van een mannetjeseend is. Een woerd.

Opnieuw zwijgen we terwijl we gelijk opgaan. Hij kijkt me weer aan. De veer wijst precies zo eigenwijs opzij als de veer in de jagershoed. De eigenaar fietst net zo trots met de veer als de jager. Alsof hij de prooi zelf gevangen heeft. Ik denk aan Herman Finkers die met een metalen veer in zijn jagershoedje zingt:

Hallo, ik ben een jager,
ik jaag van vroeg tot laat.
Leen mij uw oor,
dan zing ik hoe dat gaat:
halihalohalohadelie.
Ik jaag me uit de naad.

Dan zet de versnelling in. De rust is voorbij. Een nieuwe interval treedt in. Ik sprint voor de jager uit de brug over. Hij slaat na de brug gelijk rechtsaf en rijdt in de richting van het onaffe kasteel.