image

Bij de afgeschreven boeken van de bibliotheek neem ik een boekje over Berthold Brecht mee. Leben und Werk in Bild heet het boekje van Insel Taschenbüchter. Het zit boordevol foto’s van Berthold Brecht. Ook met kiekjes van zijn bibliotheek, werkkamer en bibliotheek in werkkamer.

Ik ben gek op zulke plaatjes. Het inspireert mij en laat mij zien dat mijn bibliotheek en werkkamer helemaal niet zo slecht zijn voor een amateur. Bovendien schijnt bij mij heerlijk de zon naar binnen. Ook kijk ik uit op de kauwtjes in de boom tussen mijn raam en de gracht.

Tussen het bladeren in het boek, sta ik op van mijn zitzak en hang eventjes uit het raam. De zomer wint de warmte weer terug. Het voelt lekker aan op mijn blote onderarmen. Een motorbootje vaart het kroos open zoals een ijsbreker het ijs openbreekt. Als het bootje onder het bruggetje is doorgevaren zie ik een jongen in mijn richting komen. Hij houdt een gitaar vast dat met een koord om zijn nek op de goede hoogte wordt gehouden. Hij speelt enkele akkoorden terwijl hij in mijn richting komt.

Ik kijk nog eens goed en zie dat hij met 1 been op een skateboard staat. De wieltjes maken het bekende schokkerige geluid dat ze altijd maken op asfalt. De jongen duwt zich voorzichtig vooruit op het skateboard met het vrije been.

Bij de akkoorden die hij op zijn gitaar maakt, probeert hij zachtjes te zingen. De snaren klinken zoals ze altijd buiten klinken op een mooie zomerdag. Hoog en zachtjes. Inderdaad, Martin Bril heeft gelijk met de opmerking dat een vallende sleutelbos in mei anders klinkt dan in november.

Hij duwt zich in schokjes vooruit. Hij zingt en musiceert erbij of het zo hoort. Als hij bij het richeltje van de brug komt, stopt hij eventjes. Ik vrees een vallende jongen, een neerdalende gitaar en een omhoog gillende kreet. Hij stapt van zijn skateboard, duwt hem met het been waarmee hij net op het skateboard stond, over het richeltje heen. Dan stapt hij weer op het skateboard om verder te rijden.

Zoiets doe je alleen maar als je jong bent, denk ik. Ik zie de jongen de hoek om gaan en denk aan de foto van Bertold Brecht met de gitaar terwijl hij zingt. Hij houdt de gitaar precies hetzelfde vast als de jongen die net voorbij liep. Alleen staat hij niet op een skateboard. Het lied dat hij zong, was even onbevangen als het lied dat de jongen zong. Het laatste kon ik niet verstaan, maar het lied van Brecht wel:

Hat ein Weib fette Hüften, tu ich sie ins grüne Gras.
Rock und Hose tu ich lüften, sonnig – denn ich liebe das.

Beißt das Weib vor Ekstase, wisch ich ab mit grünem Gras
Mund und Biß und Schoß und Nase: sauber – denn ich liebe das.

Treibt das Weib die schöne Sache feurig, doch im Übermaß
Geb ich ihr die Hand und lache: freundlich, denn ich liebe das.