Het dodevissenmuseum is een verhalenbundel die ik niet snel zou kopen. Het dodenvissenmuseum bevat 8 verhalen van de Amerikaanse schrijver Charles D’Ambrosio. Vaste stek in zijn verhalen is het Noordwesten van de Verenigde Staten. Vaste thema’s in zijn verhalen zijn vissen, armoede, eenzaamheid, vriendschap en familie.

Ik kreeg de bundel toegestuurd bij een verloting op twitter. Als ruil voor de verhalenbundel moest ik een stukje over de bundel schrijven op mijn blog.

Ik ben niet zo bekend met Amerikaanse verhalenschrijvers. Ze komen sporadisch voorbij en het meest van de tijd loop ik er met een grote boog omheen. Daarom zou ik Het dodevissenmuseum niet zomaar uit mezelf aanschaffen. Ook kostte het mij enige moeite me er toe te zetten de bundel te gaan lezen. Ik werd niet direct gegrepen door het eerste verhaal.

Vakantierust
De rust van de vakantie doet wonderen en ik ben een week of wat terug eens begonnen met de bundel. Enthousiast geworden door wat berichten op internet las ik het boek. En inderdaad het is een prachtbundel met 8 verhalen die alle 8 uitblinken in eenvoud, thematiek en vooral het verhaal zelf. Charles D’Ambrosio vertelt een echt verhaal, dat eindeloos inspireert en trekt. Het zijn stuk voor stuk verhalen die boeien en bijna vragen om meerdere keren gelezen te worden. Het dodevissenmuseum is een belevenis om te lezen.

De personages zijn stuk voor stuk bijzonder. Zo kiest Charles D’Ambrosio voor een schrijfmachinereparateur, een jongen die in een tehuis opgroeit, een scenarioschrijver, iemand die schadeclaims bij een verzekeringsmaatschappij afwikkelt, een decorbouwer voor pornofilms en een kansloze jongeman die een grote erfenis van zijn beroemde grootvader te wachten staat. Allemaal bijzondere mensen. In elk geval mensen die je niet zo snel ziet opduiken in een verhaal.

Dat kun je ook zeggen over de andere personages in de verhalen. Het draait om mensen die een beetje aan de onderkant van de samenleving drijven. Ze hebben bijna allemaal een grote liefde voor het vissen. Of de jacht zoals in het verhaal ‘Naar het noorden’. Ook hier lukt het de hoofdpersoon Daly niet om iets te vangen.

De eer
Hij krijgt weliswaar de eer van de anderen dat hij de kalkoen zou hebben neergeschoten, maar eigenlijk is het zijn zwager. De jacht staat in dit verhaal symbool voor de relatie die Davy met zijn vrouw Caroline heeft. Ze speelt overspel en hij weet het, maar hij laat het gebeuren. Zij doorziet hem meer dan hij zou willen, want zij weet dat hij de kalkoen helemaal niet neergeschoten heeft. Terwijl ze hem voorliegt dat ze de week erop naar Boston moet voor een wasmiddelreclame.

Ze kon goed liegen. Zelfs wanneer ze me recht in de ogen aankeek. Iemand verplichten de waarheid te zeggen is net zo onmogelijk als hem dwingen van je te houden. Om haar niet verder te horen liegen, knikte ik en ontweek haar blik. (109)

Het hoort helemaal binnen de thematiek van het verhaal. Want daar is Charles D’Ambrosio ontzettend goed in: het verhaal compleet vertellen. Alles valt met alles samen, geen mus valt van het dak zonder functie. Het wrange in ‘Naar het noorden’ is juist dat Caroline vroeger verkracht is door een goede vriend van haar vader in de blokhut waar ze nu met de familie tijdens de feestdagen doorbrengen. Ze wil niet zeggen wie het was. ‘Hij zou er niet mee overweg kunnen’, vond ze.

Liegen en bedriegen
Alle uitspraken staan in verband met het thema in dit verhaal: liegen en bedriegen. Als bijvoorbeeld de dronken schoonzus Sandy tekeer gaat tegen haar man bij de maaltijd waar de neergeschoten kalkoen wordt verorberd. Ze weet het precies te benoemen:

‘Iedereen heeft verhalen,’ zei Sandy, ‘maar wij hebben geheimen.’ […] ‘Dat is het verschil,’ zei ze nogmaals. (106)

Als Davy zijn schoonvader hoort zeggen dat Caroline het acteren van hem heeft, weet je als lezer genoeg. Terwijl de anderen binnen druk bezig zijn met natafelen. Davy zegt dat zijn schoonvader dronken is. Dan volgt een prachtige beschrijving waarbij de verteller meer zegt dan hij zegt:

Heel even leek elke uitdrukking uit zijn gezicht te verdwijnen, zodat alleen de holle ogen, de neus en de mond van een masker achterbleven. Hij trapte zijn peuk in de sneeuw en strompelde over de ijzige oprit naar de blokhut. Kort daarna ging ik naar binnen en klom de trap op naar onze slaapplek. Ik lag wakker en luisterde naar de ingehouden stemmen onder me. Ik herinner me alleen dat mijn vrouw het woord ‘rukker’ in de mond nam en dat gedurende een tijdje het zachte gefluister over het oppervlak van mijn slaap bleef scheren, totdat ik, diep in de nacht, bijna in de ochtend eigenlijk, wakker werd en merkte dat ik alleen was. (107)

Het geeft de beklemmende sfeer van een huwelijk weer, met daarbij ook de relatie met de schoonfamilie. Inderdaad, Sandy heeft gelijk: ieder heeft zijn geheimen. Maar iedereen weet ook meer dan hij de anderen doet geloven.

Verval en eenzaamheid in Seattle
De sfeer van verval en eenzaamheid bereikt Charles D’Ambrosio helemaal in zijn gedetailleerde beschrijvingen van het decor: het Noordwesten van Amerika. De stad Seattle vormt het middelpunt van de verhalen. De personages vertoeven in de omgeving van de stad of in de stad zelf. Ze leven in een afgelegen wereld waar de geesten van de Indianen nog heersen. De naam van de stad is niet voor niks vernoemd naar het opperhoofd van een indianenstam.

Vooral het laatste verhaal van de bundel intrigeert mij. In ‘Het bottenspel’ maakt de lezer kennis met Kype en D’Angelo. Kype rijdt in de oude Cadillac Eldorado van zijn kortgeleden overleden opa. Opa was een belangrijk man in de stad en laat een fortuin na. Kype is niet zo verdienstelijk als zijn opa. Hij heeft de verkeerde vrienden om zich heen en slaat zichzelf onhandig door het leven.

Dode vis in de Alkmaargracht van Almere

Het verhaal laat dit in alle hoeken en gaten zien. Kype en zijn vriend D’Angelo zwerven in de omgeving van een indianenreservaat om de as van opa te verstrooien. Ondertussen heeft D’Angelo een deel al verstrooid omdat hij zat te rommelen met de urn. Hetzelfde gebeurt als D’Angelo losgaat op een onderweg opgesnord hoertje. Het is een indiaan, die vooral interesse heeft in de fles drank die de jongens bij zich hebben.

De sfeer van het verhaal is beklemmend en toont een wereld waarin je Kype in de afgrond ziet vallen. Het mooie is dat dit niet gebeurd, maar als lezer weet je genoeg. Zo proberen ze onderweg zalm te vangen met de oude hengels van opa. Het lukt Kype niet om er eentje te vangen. Hij krijgt de gevangen zalm van de visser bij wie ze de boot huren.

Ondertussen zoeken de 3 maar door naar een plek om de as van opa te verstrooien. Kype vindt geen enkele plek geschikt. Gedurende het verhaal is hij druk in de weer met de as van zijn opa, maar het lukt hem niet om het uit te strooien. Net als dat weinig terecht zal komen van die erfenis die uitgesproken gaat worden. Komt hem überhaupt een deel toe?

Bottenspel
Kype ziet het bottenspel dat ze aan het eind van het verhaal spelen, als een spel en vergokt zijn halve vermogen. Het lukt hem met geen mogelijkheid om ook maar iets te winnen. Net als dat het hem niet lukt om een vis te vangen of raak te schieten met zijn grootvaders pistool. Hij is een mislukkeling. Alleen is hij de enige in het verhaal die het niet ziet. Dat maakt het tot zo’n prachtige afsluiter.

Daarmee demonstreert de jonge uitgeverij Karaat dat de hedendaagse Amerikaanse verhalenschrijvers prachtige verhalen schrijven. Een schrijver als Charles D’Ambrosio staat in een traditie van verhalenschrijvers als Hemingway of Scott Fitzgerald. Stuk voor stuk juweeltjes staan in de bundel. Het zijn verhalen waar over nagedacht is, die een adembenemende structuur bevatten en een mooi beeld geven van Amerika. Ze zijn er gelijk universeel bij in de onderwerpen. De herkenning spreekt uit ieder verhaal.

Nieuwe verwachting
Met de uitgave van Het dodevissenmuseum roept uitgeverij Karaat ook een nieuwe verwachting op. Want tot op heden zijn alleen buitenlandse boeken verschenen bij de jonge uitgeverij. Een mooie verhalenbundel van nieuwe Nederlandse schrijver is meer dan welkom. Als deze uitgever zo goed buitenlands talent kan scouten, hoop je ook dat ze dat voor Nederland zelf doen.

Een schrijver die zijn verhalen weet te situeren in net zo’n desolate omgeving in Nederland. Zonder veel moeite zijn de verhalen van Charles D’Ambrosio te situeren in het platteland van Groningen, Drenthe, Overijssel of Gelderland. Als dan de typisch Hollandse manier van schrijven wordt weggelaten en alleen het landschap met haar bewoners aan het woord is. Dan ontstaan er juweeltjes zoals Het dodevissenmuseum over Noordwest-Amerika laat zien.