Haar hoofd drukt tegen het raam. Haar hand duwt de telefoon tegen het oor. Er blijft weinig ruimte voor de hand over tussen het hoofd en het raam. ‘Nee mam. Ik bedoel het niet zo. Ik wilde alleen maar een keertje komen helpen. Dat heb ik vanmorgen aangeboden.’ Ze is even stil. ‘Natuurlijk kunnen we. Anders boden we het toch niet aan.’

Haar ogen zijn even donker als haar haren. De huid is gebruind van een vakantie, alleen op hand bij de duim zie ik witte vlekken. Hier is vroeger iets pijnlijks gebeurd. Ze houdt de telefoon normaal vast. Alleen de spieren rond haar lippen trekken zenuwachtig. Hier is iets aan de hand. ‘Geef me anders papa even.’ Het is weer stil. De cadans van de wielen vertelt dat de trein een station nadert.

‘Nee papa, natuurlijk weet ik dat het nog niet helemaal rond is. De bank moet nog akkoord gaan, maar het scheelt als we alvast een beginnetje maken.’ […] ‘Nee, natuurlijk gaan we niet de hele tuin leegtrekken.’ De trein staat stil. Een groepje mensen gaat naar binnen, kijkt de telefoniste aan die in de richting van de glazen afscheiding tuurt. ‘Natuurlijk laten we de schutting staan, maar we dachten dat het zou schelen als we alvast het grote spul eruit halen.’

‘Het scheelt gewoon enorm als er al veel gedaan is.’ […] ‘Ik begrijp dat mama geschrokken  is toen ik het vanmorgen aanbood. Maar jullie kunnen ook niet alles en het is wel heel veel straks.’ […] ‘Tuurlijk gaat de schutting niet weg. Anders sta je zo in de kijker. Dat snap ik ook wel. Maar het is zo’n grote belasting als dat allemaal ineens moet. Snap je.’ De trein zet zich weer in beweging.

‘Nee, het is geen extra belasting voor ons, anders boden we het niet aan. En ik begrijp dat nog niet alles rond is, maar dan is het alvast gebeurd.’ Het gesprek draait rondjes mee op de wielen van de trein. De trein komt vooruit door de wielen te laten draaien. Opnieuw vertragen de wielen. Het ritme van de trein verandert in een langzame trend. Hij remt verder. Ik stap uit en zie hoe ze achter mij de roltrap op stapt. ‘Nee, natuurlijk trekken we de tuin niet leeg. Dat is zo’n kale bedoening.’