image

We lopen door de Grote straat van Almelo. De dranghekken vertellen dat de Profronde van Almelo dadelijk begint. Wij zijn er voor een vliegengordijn en horgaas om rond de ramen te spannen. Nu lopen we naar Talamini voor een ijsje. Achter elkaar want het pad is niet breed genoeg.

In de ijssalon staan een vrouw, een meisje en een hond bij de toonbank. Ze horen bij elkaar. De hond, een grote lobbes, gaat op de grond liggen. De tong hangt een flink eind uit de bek. De vrouw krijgt 2 ijsjes. ‘Mijn vorige hond kreeg hier ook altijd een ijsje’, zegt ze. Ze kijkt naar de lobbes. ‘Ach, doet u voor hem maar een vanille.’

De serveerster pakt een hoorntje en drukt het bolletje op het  krakerige hoorntje. Ik hoor de cracker al kraken in de hondenbek. De hond heeft nog niet in de gaten wat hem boven de kop hangt. Hij komt traag overeind als zijn vrouwtje hem roept.

Als we op het terras de wielrenners zien voorbij stevenen, kwispelt de hond zijn staart rakelings over het tafelblad. Het ijsje is op, maar de tong vertelt druipend dat hij nog wel wat lust.