Ze scheren vlak over ons heen als wij aan komen lopen. We zien een mooi plekje. Overdekt en met bankjes. Hier zitten we beschut en tegelijk hebben we overzicht over het veld. Het verzamelpunt is geboren. De tassen spreiden zich over de bankjes. De kinderen hollen al over het veld in de richting van de draaimolen.

De rondsuizende kart-autootjes, de hoge glijbaan en het gillen van de kinderen doen de rest. Wonderwel schijnt de zon zo mooi vandaag. Het belooft een prachtige dag te worden. De kauwtjes zijn geland op veilige afstand van ons, maar genoeg in de buurt om ons in de gaten te kunnen houden.

Als we allemaal weg zijn en zelfs de tassenoppas er even tussenuit gepiept is, gebeurt het. Ze inspecteren de tassen als volwaardige douanebeambten op zoek naar drugs. Ze doorlopen elke tas op hun eigen drugs: etenswaar. En ze hebben beet: de lekkere havermout van een kleintje verdwijnt in de magen van de brutaalste kauwtjes.

Als een pauze verder de eetplek bezaaid ligt met chipsresten en broodkruimels, verdwijnt in een oogwenk al het afval in de snavels van de kauwtjes. De trouwe wachters turen ons toe wanneer we ons even laven aan eten en drinken. Ze wensen ons weg, verlangend naar de restjes. Hij kijkt me aan en spreekt met zijn ogen: ‘Wat zit je me aan te staren. Verdwijn, dan kan ik even rustig eten.’