image

We hadden de middag samen en besloten om naar de kringloopwinkel De kringloper in Almere te gaan. Heerlijk liepen we door de boekenkasten te struinen op de bovenste etage. Het was iets na vieren, maar dat hoefde niet kwalijk te zijn.

Na een tijdje droeg ik een behoorlijk stapeltje boeken. Mooie boeken, niet dat ik ze echt zocht, maar ze waren de moeite van het lezen waard. Op het stapeltje lag ook een boek van Maarten Biesheuvel. De titel Brommer op zee sprak me wel aan. Bovendien heb ik een aardige verzameling Maarten Biesheuvel opgebouwd. Het is een populaire auteur in kringloopwinkels. Blijkbaar wil iedereen van zijn boeken af. Net als de boeken van Renate Rubenstein.

Voorin het boekje stond geen prijs. Ik dacht dat dit wel goed zou komen. Vorige keer had ik ook eens een ongeprijsd boek meegenomen. Het werd door de leider van de boekverkoop in de kringloopwinkel keurig afgerekend. Aan de beprijzing zal het niet snel liggen. Zo droeg ik ook de Brieven van Willem Walraven in mijn stapel boeken.

We rekenden af. Een onhandige man deed de boeken in de plastic tasjes. ‘Dat doe je door eventjes je vingers nat te maken’, zei de vrouw van de kassa. Ze was chagrijnig, de dag liep bijna ten einde en op vrijdagmiddag heeft niemand meer zin.

De stapel boeken slonk aardig en verschoof naar de andere kant van de kassa. Daar deed de onhandige man ze in de plastic zakjes. Het ongeprijsde boekje ging door haar hand. Ze bladerde door De brommer op zee op zoek naar het prijsje. De potloodstreep met erachter een nummer met een schuine streep erin. Maar de prijs gaf zich niet prijs.

Ze zuchtte, keek zenuwachtig rond. Goodwill schijnt zoiets te heten. Zij deed er vandaag niet aan. Klantvriendelijkheid, is ook zo’n woord. Maar die was er niet. De klok wees al kwart over 5. Er was geen tijd meer te verliezen. Ze gingen sluiten.

Ze smeet het boekje op de tafel achter haar. Hij schoof nog een eindje door en tikte zachtjes tegen het witte opstaande plankje. ‘En die kan ik niet verkopen, want er staat geen prijs op.’ ‘Dat is jammer’, zei ik. ‘En als dat nou net mijn droomboek is?’ ‘Dan heeft u pech gehad.’

‘Kunt u het dan niet apart leggen’, vroeg mijn lief. ‘Nee, dat kan niet’, antwoordde ze en ze tikte nerveus op het bordje dat bij de kassa stond. ‘Niet geprijsd = niet te koop’, stond erop. ‘Dat is de pollessie.’

Ik verzamelde de enorme hoeveelheid plastic tasjes met boeken die de man had gemaakt. Het leken wel meer tasjes te zijn dan boeken. Dat is weer goed voor onze plasticbak, dacht ik. Daarna liep ik weg. Nog even keek ik om. De titel Brommer op zee grijnsde mij aan. Gelukkig was het geen droomboek.