De lijnen trekt de badjuf uit het zwembad van Almere Stad. Een collega van haar haalt de bordjes bij de banen weg. ‘Babbelbaan’ en ‘Turbobaan’ zie ik op 2 bordjes staan. Ik herinner me een discussie op zondagmorgen tussen een trage oudere vrouw en een jonge, gespierde turbo-zwemmer. De vrouw kwam in het vaarwater van de man.

Hij vond dat zij daar helemaal niet moest zwemmen. Zij vond dat hij haar helemaal niet mocht inhalen. Zij noemde het bejaardendiscriminatie. Met de ruzie zorgden de ruziemakers ervoor dat 2 banen voor niemand bruikbaar waren. Wellicht dat de banen om benamingen als ‘ruziebaan’ of ‘woordenwisselbaan’ vroegen.

Deze morgen sta ik met een groep andere ouders met bijbehorende kinderen onder de douche. Mijn dochter gebaart al dat ze wil gaan zwemmen. Het oefenuurtje is begonnen. De klok heeft 9 geslagen en het is onze beurt.

Het zwembad loopt langzaam leeg met de banentrekkers. Ze hijsen zich uit het water. De oudere vrouw die ik herken van de oude ruzie, ligt languit in het water. Haar armen gespreid en het hoofd omhoog. Ze neemt ermee de 3 zojuist binnengetrokken banen in beslag. Links en rechts proberen nog enkele banentrekkers haar voorbij te zwemmen. Ze kunnen moeilijk afscheid nemen van hun baantjes.

Wij lopen naar de andere kant van het zwembad. Ze wil duiken. Het is moeilijk ruimte te winnen van een groep mensen die nog geen zin heeft te stoppen. Een zwembad is de wereld in het klein. Daar vraagt iedereen ruimte, terwijl er niet veel van is. Daarom wordt zo eindeloos onderhandeld. Geld drukt vrijheid en ruimte uit. Geld is het water in het zwembad.

We trekken een paar baantjes. Oefenen de schoolslag. De halen worden langer, al heeft ze soms de neiging heel snel onaffe slagen te maken. De duik gaat goed. Iets te plat op de buik, maar wel door het diepste gat. Soms staat het resultaat boven de uitwerking. Zeker ook als het eindeloos goed gaat.

Dan verovert een nieuwe groep machthebbers het zwembad: de recreant. Het recreatief zwemmen begint pas om 10 uur maar om kwart over 9 glijden de eerste matrassen het water in. Een stel pubers drijft op het vlot. De Vikingen passeren de kinderen die met moeite borstcrawl oefenen. Een andere groep pubers demonstreert de duik van de duikplank met een grote aanloop. Dit heeft met oefenen weinig van doen.

En zo roept om 10 uur de badmeester om dat het oefenuurtje voorbij is. De zwembandjes moeten weer aan voor degene die geen diploma heeft. Ik vraag me af of dat oefenuurtje überhaupt geweest is. De duikplank, drijfmatrassen en volwassenen dobberen in grote aantallen door het water. Niemand die een drijfbandje om de armen trekt. Niemand die in het water dobbert heeft geen diploma.

Inderdaad wint het geld. Een commercieel draaiend zwembad trekt zich weinig aan van gemeenteregels. Zeker op zondagmorgen als recreanten het zwembad veroveren van de kleintjes die moeten leren zwemmen.