image

De avond valt. De straatverlichting knipt aan. Ik tuur een zonsondergang op het scherm van mijn mobieltje. Over het bruggetje rijdt een gezin. Moeder met een heel klein kind voorop. Een vader die naast zijn zoon fietst. En een dochter die een meter of wat voor de rest rijdt.

‘Wat kijk je nou naar achteren’, hoor ik de vader zeggen. Ze fietsen mijn richting uit. ‘Ik wil weten of mijn achterlichtje het doet’, zegt het meisje. ‘Die doet het’, roept moeder. Het meisje slingert. De fiets is veel te groot voor haar. Net nieuw, gekocht op de groei. Ze kijkt weer achterom. Haar fiets schiet over het fietspad van links naar rechts als een dronkenman die terugkomt van de vrijdagmiddagborrel.

De rest haalt haar langzaam in. Haar moeder rijdt al vlak naast haar. Het kind op het zitje aan het stuur, begint te kraaien in de richting van haar grote zus. Ik zie hoe ze mijn raam voorbij rijden. Een knalrood lampje gaat voorbij. Het is het achterlichtje van het meisje. De rest rijdt met een donker achterste de avondschemering in.