Dan ligt daar opeens het derde deel van het drieluik van Joost Zwagerman. vanuit een stapeltje roept De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 200 essays, voor 12,50 euro. Ze liggen op de rand van de ramsj-tafel en ik voel blijdschap. Ik zoek namelijk al een tijdje dit boek. De 50 euro die een boekwinkel vroeg waar ik het laatst tegenkwam, vond ik iets teveel van het goede.

De dozen met opruimingsboeken – voor de helft van de prijs – hebben geen boek opgeleverd. Maar hier is de drang sterker dan de portemonnee. Zeker als daar een paar stapel verderop het eerste deel van de biografie over Jaap en Ischa Meijer ligt voor 7,50 euro. Ook dat boek riep begeerte bij mij op.

Als ik dan thuis blader in de dikke boeken, reken ik. 1500 pagina’s met 200 essays voor 12,50 euro. Dat is 0,833 cent per bladzijde en 6,25 cent per essay. Het boek was een wens voor mij in de boekenkast. Ik heb namelijk al de 2 boeken met 250 (korte) verhalen en 60 lange verhalen. Ik schreef al eens over het boek. Het bevat namelijk het beroemde essay van Ton Anbeek waarin hij oproept tot meer rumoer in de Nederlandse letteren.

Het andere boek laat zich niet in centen per bladzijde uitdrukken. Al is 1,07 cent per bladzijde ook niet veel. Het notenapparaat en de bibliografie van 120 pagina’s drukken waarde minder goed uit. Voor mij ligt de waarde van dit boek op een heel ander vlak. De bijzonder relatie die Ischa met zijn vader had, maakte het verlangen bij mij los om dit boek te bezitten. Of zoals de achterflap van Jaap en Ischa Meijer, Een joodse geschiedenis 1912-1956 het zegt: ‘Vader en zoon zouden elkaar bewonderen, vervloeken, en tenslotte met elkaar breken.’

Eerder vanmiddag liep ik de bibliotheek uit met de 2-delige biografie over J. van Oudshoorn van Wam de Moor onder mijn arm. Ook 2 delen, afgeschreven voor 2 euro per deel mocht ik ze hebben. Ik heb ze meegenomen omdat ik liefhebber van Hotz ben en Hotz is liefhebber van J. van Oudshoorn. Dat wil ik begrijpen. Het werk van de ambtenaar-schrijver heeft mij namelijk niet gegrepen. Ik moet altijd denken aan die levensspiegel van Willem Mertens. Maar wat niet is, kan nog komen.

Als ik dan thuis die meer dan 3000 bladzijden bekijk (Van Oudshoorn telt ook bijna 900 pagina’s), schijnt de zon op mijn boeken. Kijk zo kan het ook, denk ik. De najaarszon kietelt de ruggen van mijn boeken en schijnt op de letters van de kaften. De koeien in de wei op het kaft van de bloemlezing met essays krijgen iets werkelijks. Het rood van de biografie over de Meijers kleurt op.

De vreugde voor het lezen is misschien wel groter dan de vreugde van het lezen zelf.