De kinderen drijven met hun koppies net boven het wateroppervlak. Het enige bankje in de kijkruimte zit vol met 4 ouders. Op het hoekje zit een moeder met een lange sjaal om haar nek.

De sjaal loopt langs haar nek en valt op schoot. Het puntje van de sjaal eindigt tussen 2 breinaalden. Ze is aan het breien terwijl haar kind zwemt. De naalden tikken om de bijzondere wol. Ze vormen samen een wilde sjaal van losse pluimen.

‘Goh, u bent aan het breien’, zegt een moeder die het nu ook opvalt. ‘Dat zie je meer’, vervolgt ze. ‘Ik kan alleen recht toe recht aan breien.’ De breister knikt. ‘Ik ook, maar dit is anders.’ Ze trekt de synthetische draad recht. Overal steken plukken en draadjes uit. Zo vormt zich de losse sjaal.

De naalden tikken en hechten weer een nieuwe baan. ‘Ik ben hier na de zomervakantie mee begonnen.’ ‘Met deze sjaal?’ ‘Nee, met dit materiaal. Ik heb er al eentje in deze kleur en een roze voor haar.’ Ze wijst naar het zwemwater waar haar dochter spartelt. De andere vrouw knikt en draait zich om.

De naalden tikken of er niks aan de hand is.