image

Ineens sta je daar in het donker. Soms – zoals vorige week – maak ik nog net het krieken mee. Maar als het echt onstuimig is zoals deze ochtend, is alles donker. Ik staar de diepte in. Aan het einde van de tunnel klappen forensen hun paraplu op. De wind slaat de regen op het bolle scherm. Veel helpt het niet. Overal kruipt het vocht tussen.

De jassen gaan wat verder dicht en de pas wordt wat sneller. Zonde, zo merk ik. Als het mooi weer is, lopen mensen traag en kijken om zich heen. Ze maken de mooiste foto’s en kussen de schoonheid innig. Ze laven zich aan alles als een dorstige. Nu gedragen ze zich als volgevreten wolven. Ze zien niks, alleen een einddoel. Het kantoor.

image

Ik stop en kijk. De regen slaat woest om zich heen. De plassen maken schaduwen en de wind drukt in mijn paraplu. Eigenlijk is dit heel mooi. Alleen kunnen fototoestellen niet tegen regen. Het zijn net mensen. Ze zien alleen de schoonheid bij mooi weer. En gelijk hebben ze.

Als ik het verkeer wil fotograferen grijpt een windvlaag mij en schudt mijn mobieltje in mijn hand. Alleen maar beweging. De auto’s door de plassen veranderen in schimmen in de duisternis.