Gisteren bij het fietsen in het park, gebeurde het. De fiets trapte door. Hij deed dat in elke versnelling. En ik dacht terug aan het fietstochtje naar Amsterdam, 3 weken geleden.

Op de terugweg bij Muiderberg had zich mijn snelbinder tussen het wiel gewrongen. Ik schrok, de fiets kreeg ik niet meer voor of achteruit. Muurvast stond hij. Ik moest heel goed kijken om het probleem te ontdekken. Nadat het elastiek losgetrokken was, reed mijn fiets weer verder.

Gisteren ging hij vooralsnog stuk. Ik moest kracht zetten om een bruggetje over te komen. Gelijk trapte hij door en ik kreeg geen grip meer. De fiets was kapot. Dat gaat veel geld kosten, dacht ik.

Vanmorgen voor het hardlopen naar de fietsenmaker. Hij keek al ernstig. Dit gaat veel geld kosten, zei hij. Het tandwiel moet eruit en dat kost sowieso al 30 euro. Hij kreeg de opdracht aan de slag te gaan. Ik moet immers toch met de fiets kunnen rijden.

Zojuist de fiets opgehaald en 60 euro armer. De losse snelbinder heeft het hele tandwiel losgeslagen. De snelbinder zit standaard om mijn Giant, maar is op onverklaarbare wijze toch losgeschoten. Het tandwiel ziet eruit of er een enorme kracht op heeft gebotvierd.

In gesprek met de fietsenmaker werd mij de reden wel duidelijk: kwaliteit. Fietsen worden van inferieure materialen gemaakt. Mijn oude Vico telt zeker 25 levensjaren. En die kwaliteit merk je. Hij is onverwoestbaar. Bovendien is hij eenvoudig te repareren. De Giant van 3 jaar oud begeeft het al na een incidentje met een snelbinder.

De fietsenmaker vertelde dat de directeur van Giant vindt dat een fiets 15 jaar moet meegaan. Daar schuilt het probleem in. Een fiets moet in mijn beleving 50 jaar mee. Af en toe wat onderhoud spreekt voor zich, maar een fiets moet toch langer meekunnen dan 15 jaar?