De herfst is vooral de maand van de vruchten. Hoe vaak de herfst ook gezien wordt als het begin van de aftakeling, is deze maand juist het moment waarop je vruchten plukt. De hazelnoten vallen uit de bomen achter. Voor druiven is het nu de tijd voor de pluk.

De kastanjeboom bij ons achter legt het grasveld ook vol met kastanjes. De bruine vruchten zijn leuk voor kinderen om mee naar huis te nemen. Ik zag het altijd als de meest nutteloze vrucht. Zeker de tamme kastanje wordt veel gegeten, maar de kastanje van de paardenkastanje lijkt vooral een siervrucht. Geen enkel dier leek ervan te eten.

Alleen een kinderhand wordt gauw gevuld met deze bijzondere vrucht. De glimmende schil en het handzame formaat doen de rest. De paardenkastanje is voor de mens oneetbaar. Hij is zelfs giftig door het blauwzuur dat de vrucht bevat.

Tot ik deze week ontdekte dat kastanjes heus worden gegeten. De eksters en kauwtjes doen zich flink tegoed aan de bruine vruchten. Ze vliegen ermee weg, leggen de vrucht op een steen en beuken net zo lang tot de schil het begeeft. Zo vond ik opeens een kastanje opengeritst en van inhoud ontdaan. Hier had een kraaiachtige zich heerlijk tegoed gedaan aan het binnenste van een lekkere vrucht.